Posts tonen met het label Muze op Maandag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Muze op Maandag. Alle posts tonen

maandag 9 juli 2012

Muze op Maandag: antieke medailles

Een rijkelijk versierd exemplaar van een amfoor rond 520 v. Chr.
Bron: Wikipedia
Nederland heeft alsnog een gouden medaille (of eigenlijk, een beeldje) toegewezen gekregen bij de roeiwedstrijd van de Olympische Spelen van 1900 in Parijs. Bij de Olympische Spelen in de oudheid deelde men ook prijzen uit, maar dat waren geen medailles. Wat dan wel? Muze op Maandag gaat op prijzenjacht.

In de oudheid waren er meer sportwedstrijden dan de Olympische Spelen alleen. De Olympische Spelen waren wel de belangrijkste spelen. Er werd onderscheid gemaakt tussen prijsspelen en kransspelen. Bij de prijsspelen stonden (soms wel aanzienlijke) geldbedragen op het spel. Bovendien kon een atleet startgeld vragen. Bij kransspelen lag dat anders. Daar werden geen materiële prijzen uitgereikt.

Dit betekent niet dat een overwinning in een van de kransspelen een sporter niets opleverde. De prestige na het behalen van een overwinning op een van de kransspelen was groot voor de sporter. Zo kon de geboortestad van de sporter de sporter belonen met pensioenvergoedingen, hij kon in zijn eigen stad voor de rest van zijn leven een gratis maaltijd bij het gemeentehuis nuttigen of andere privileges genieten. En een overwinning verhoogde natuurlijk zijn marktwaarde op een van de prijsspelen ...

De Olympische Spelen in de oudheid golden als kransspelen. Waar andere kransspelen of heilige spelen in de loop der jaren wel concessies moesten doen en alsnog de beroepsatleten gingen betalen, bleef Olympia een van de weinige spelen met een zo grote naam dat hier betaling niet aan de orde was. Maar als de atleten geen geld wonnen bij de Olympische Spelen en geen medaille behaalden, wat kregen zij dan wel bij een overwinning? Eeuwige roem. En in het geval van Olympia, was dat een heel grote prijs.

Maar er was meer. Kransspelen hadden eigen prijzen. Winnaars bij de Olympische Spelen ontvingen een krans van takken van de heilige olijfboom die op het tempelterrein groeide. Een winnaar bij de Panatheneïsche Spelen won een amfoor (een bewaarkruik met twee oren) vol met olijfolie. En mocht deze laatste prijs je bekend voorkomen, dan kan dat kloppen: want daar vindt onze beker met de grote oren, en al die andere bekers, zijn oorsprong.

Meer weten?
- het medailleklassement van de klassieke Olympische Spelen

maandag 2 juli 2012

Muze op Maandag: veilig terugkeren naar huis

Odysseus en Penelope
(Johann Heinrich Wilhelm Tischbein (1751 - 1829))
Gisterochtend landde de Nederlandse astronaut André Kuipers in de Sojoezcapsule in de steppe van Kazachstan. Hij keerde hiermee terug naar huis na een verblijf van 193 dagen in het International Space Station. De bekendste terugkeer uit de klassieke literatuur is die van de Griekse held Odysseus. Muze op Maandag wacht hem op.

De terugkeer van Odysseus is het onderwerp van het epos Odyssee. De Odyssee is een van de twee epen van de Griekse dichter Homerus; de andere is de Ilias over de Trojaanse Oorlog. De heldendichten komen uit de achtste eeuw v. Chr. maar (elementen uit het) verhaal gaan veel verder terug dan die achtste eeuw.

In de Odyssee wordt de terugkeer van de Griekse held Odysseus beschreven. Na tien jaar oorlog voeren op de vlakte voor Troje aan de zijde van de Grieken keert Odysseus terug naar huis. En dat huis ligt in Ithaka. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet; Odysseus en zijn kameraden beleven allerlei avonturen en het zou nog eens tien jaar duren eer Odysseus voet op eigen bodem zet.

Op het thuisfront is in de twintig jaar van Odysseus' afwezigheid, het nodige gebeurd. Vrijers hebben zich het paleis van Odysseus toegeëigend en zij dingen naar de hand van Penelope, de echtgenote van Odysseus. Maar Penelope wil hier niks van weten. Als Odysseus te weten komt van de situatie thuis, verzint hij een list: hij vermomd zich als bedelaar en keert zo ongemerkt terug op Ithaka. Zijn hond, Argos, die was achtergebleven op Ithaka, herkent Odysseus:
Toen ze (dat is: Odysseus en Eumaios) zo stonden te praten, tilde een hond, die daar lag, zijn
kop op en spitste zijn oren. Het was Argos, dezelfde
hond die Odysseus vanaf de geboorte zelf getraind had,
maar waar hij niets aan gehad had, omdat hij weg moest naar Troje.
Er was een tijd dat Argos op jacht ging met jeugdige jagers,
altijd achter de herten en hazen en berggeiten aan, maar
nu bleef hij buiten de poort, zijn baas was immers niet thuis en
hij lag totaal verwaarloosd op een van de grote hopen
mest van koeien en muildieren
[...]
                                                         Daar lag
Argos overdekt met bijtende hondevlooien.
Ondanks alles wist hij dat zijn baas er was, hij
kwispelde met zijn staart, hij legde zijn oren plat, maar
had geen kracht meer om naar Odysseus toe te kruipen.
Die keek vlug opzij en veegde langs zijn ogen -
iets dat Eumaios niet merkte - en begon haastig te vragen:
'Kijk Eumaios, wat een prachtige hond op die mesthoop!'
[...]
Maar het noodlot van de zwarte dood trof Argos,
toen hij Odysseus in het twintigste jaar weer gezien had.
Uiteindelijk herenigt Odysseus zich na een strijd tegen de vrijers met zijn echtgenote Penelope.

(Homerus, Odyssee, 17, 290 - 327; vertaling: Imme Dros)

maandag 18 juni 2012

Muze op Maandag: de bal is rond

Jongleur met een bal?
Foto: Gun Powder Ma (bron: Wikimedia Commons)
Het EK Voetbal is in volle gang; Griekenland is door naar de kwartfinale en op het moment van schrijven probeert Italië zich te plaatsen voor de kwartfinales. Ook in de Griekse en Romeinse oudheid was de bal rond. Hoe rond? Muze op Maandag zoekt het uit.

Een spel met de bal is al zo oud, dan wel ouder, als de weg naar Rome. Bij Homerus (achtste eeuw v. Chr.) lezen we al van een balspel: als de Griekse held Odysseus half verdronken aanspoelt op het strand bij het land van de Phaeaken, speelt Nausicaä, dochter van de koning, een balspel met haar vriendinnen. Balspellen komen we ook tegen in kunst, zoals een reliëf of een zwartfigurige vaas. Ballen zijn er in verschillende maten: van een kleine bal gevuld met haren of veren tot een bal heel zware ballen. Ballen zijn gemaakt van stof of leer, maar ook ballen van aardewerk of zelfs glas zijn bekend.

Ballen worden dus gebruikt voor vermaak, maar ook voor training. De Griekse arts Galenus zag de voordelen van een balspel wel in: ballen waren licht en - niet onbelangrijk -  goedkoop, je kon er alleen of met meerdere personen mee oefenen. En of je nu jong of oud was, je kon je ermee op kracht of juist op snelheid oefenen. Het was ook een veilige manier van sportbeoefening. Ook beroemde Grieken en Romeinen deden aan balspellen. Zo wordt van keizer Augustus verteld dat hij zich vermaakte met de bal en rekent de tragediedichter Sophokles zijn balhandling tot zijn artistieke talenten.

Maar voetballen de Grieken en de Romeinen ook? In de oudheid doet men niet aan teamsport, en een spel met de bal maakt geen deel uit van Griekse en Romeinse sportfestivals zoals de Olympische Spelen. Wel is bekend dat de Spartaanse jongelingen in teams met veertien spelers een soort rugby of American football speelden in het theater, als onderdeel van rites de passage naar volwassen soldaat. Het toernooi wordt in de Romeinse oudheid jaarlijks gespeeld volgens een knock-outsysteem. Balspelers (Klassiek Grieks: sphaireis) van het winnende team brengen offers aan Herakles. In de late oudheid spreekt men ook van episkyros, een balspel dat veel lijkt op rugby, waarbij de bal alleen mag worden overgegooid.

Maar van voetbal in de moderne zin van het woord (bal gespeeld met de voet) is weinig met zekerheid terug te vinden in de Griekse en Romeinse bronnen.

maandag 4 juni 2012

Muze op Maandag: de sterke vrouw van Keulen

Julia Agrippina Minor (Römisch-Germanisches Museum - Keulen)
Muze van Maandag heeft een tweedaagse reis gemaakt naar Colonia Claudia Ara Agrippinensium, beter bekend als Keulen. Hoe komt de stad Keulen aan haar naam? En wie was die sterke vrouw van Keulen? Muze op Maandag legt het uit.

Keulen dankt haar naam aan niemand minder Julia Agrippina (Minor) (15 - 59 n. Chr.). Agripinna is stevig geworteld in het Julisch-Claudische huis: zo was zij de zus van keizer Caligula, vrouw van keizer Claudius en moeder van keizer Nero met wie zij naar verluidt de eerste jaren van Nero's keizerschap het Romeinse Rijk bestuurde. Agrippina is geboren op 6 november 15 n. Chr. Haar moeder was Vipsania Agrippina (Maior), de kleindochter van keizer Augustus. Haar vader was de Romeinse veldheer Germanicus.

De geboortestad van Agrippina is Oppidum Ubiorum, de stad van de Germaanse stam de Ubiërs. Nadat de Ubiërs het onderspit delfden tegen Julius Caesar, werden zij door de Romeinse generaal Agrippa in 38 of 19 v. Chr. overgezet van de rechterzijde van de Rijn naar de linker zijde. In 9 v. Chr. krijgt Oppidum Ubiorum een altaar (Ara) voor de keizercultus waarna de naam verandert in Ara Ubiorum. De signalen waren duidelijk: Ara Ubiorum moest gaan dienen bestuurlijk middelpunt van de nieuw op te richten provincie Germania.

In 49 n. Chr. trouwt Agrippina Minor met keizer Claudius. In haar ere stichtte Claudius in Agrippina's geboortestad een kolonie voor de veteranen. Ara Ubiorum verandert in Colonia Claudia Ara Agrippinensium (CCAA): kolonie voor veteranen (Colonia), gesticht tijdens het keizerschap van keizer Claudius (Claudia), met een eigen altaar (Ara), genoemd naar Agrippina (Agrippinensium). Tot in de vijfde eeuw blijft de naam van de stad verbonden met de naam Agrippa, maar daarna verandert de naam geleidelijk in Colonia hetgeen we terug zien in het hedendaagse Cologne en 'ons' Keulen.

In het Keulen van vandaag is geen plek, gebouw of monument dat herinnert aan haar naamgeefster, op een klein stukje straat langs de Rijn na. Wel is Agrippina in het (zeer aan te raden) Römisch-Germanisches Museum in Keulen nadrukkelijk aanwezig met onder andere deze buste (foto boven).

maandag 21 mei 2012

Muze op Maandag: terug naar de Romeinse lesbanken

Een schrijfoefening (inkt op een dun plankje hout(schors)).
Dit schrijfplankje is gevonden in het legerkamp Vindolanda aan de Muur van Hadrianus
Foto: Vindolanda Tablets Online
De eindexamens zijn in volle gang. Morgen het eindexamen Grieks, waarin de Griekse eposdichter Homerus centraal staat, en vrijdag staat Livius op het programma met het eindexamen Latijn. Hoe was voortgezet onderwijs in de Romeinse oudheid georganiseerd? Muze op Maandag gaat terug naar de lesbanken.

Was je een jaar of twaalf, dan ging je als jonge Romein naar het 'voortgezet onderwijs'. Dit gold natuurlijk vooral voor jongens. Deze overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs vond meer plaats op grond van je niveau dan op grond van een vaste leeftijdsgrens. De leraar die je in het voortgezet onderwijs tegen kwam, heette de grammaticus. Hij was meestal een vrijgelaten slaaf. Zijn onderwijs borduurde voort op het 'basisonderwijs' van de schoolmeester (ludi magister).

De leerlingen bestudeerden taal en poëzie. Taal werd gegeven in de zin van grammatica. Uit de oudheid zijn deze handboeken grammatica ons bekend. Literatuur werd behandeld met poëzie, en slechts zelden met proza. De leerlingen lazen en memoriseerden teksten (lectio), waarna uitleg van de leraar volgde (enratio). Deze enratio betrof niet alleen tekstverklaring, maar ook mythologie en geschiedenis, aardrijkskunde, en natuurkunde en astronomie. Zo bouwde de grammaticus aan algemene ontwikkeling. De auteurs die men in de Romeinse oudheid las, waren onder andere Livius Andronicus (die onder andere het werk van Homerus vertaalde), Naevius, Ennius, en later Vergilius.

Op je vijftiende stroomde je door naar de retor. Hiermee stapte je min of meer het hoger onderwijs in. De leerlingen leerden er de kunst van het spreken en debatvaardigheden. Dit gebeurde aan de hand van oefeningen. De leerlingen kregen meestal fictieve situaties voorgelegd die weinig affiniteit met de realiteit hadden. Het vak filosofie werd geleerd door de werken van de stichters van de betreffende filosofische school te bestuderen en de commentaren van hun opvolgers van deze leer te lezen.

Iedere lesdag bevatte zes uren les. Op de negende dag was je vrij. En natuurlijk op feestdagen. Lijfstraffen waren niet ongewoon.

Meer weten?
- de (Griekse en Romeinse) oorsprong van ons diploma

maandag 7 mei 2012

Muze op Maandag: president van Gallië

Vercingetorix geeft zich over
Bron: Wikimedia Commons
Frankrijk koos gisteren zijn nieuwe president. Een illustere voorganger van de nieuwe president is een Gallische stamvorst en aanvoerder van de Gallische bondgenoten. Muze op Maandag legt uit wie.

Het is 52 v. Chr. Al zeven jaar lang probeert Caesar heel Gallië tot de kleinste dorpjes aan toe onder Romeins bewind te krijgen. De zoon van de stamvorst Celtillus van de stam de Averni biedt dapper tegenstand. Zijn naam? Vercingetorix.

Vercingetorix is de leider van de opstand tegen Caesar in 52 v. Chr. Hij roept op tot verzet en wordt uitgeroepen tot stamvorst en aanvoerder van de de stammen die zich bij hem aansluiten. Maar bij de eerste veldslag bij Noviodunum Biturigum gaat het al mis voor hem. Na deze nederlaag verandert Vercingetorix van tactiek: hij vermijdt de slag op het open veld en richt zich op de aanvoerlijnen van Caesars leger.

Steeds meer bondgenoten sluiten zich aan bij Vercingetroix' opstand. Caesar krijgt versterking van zijn troepen uit het noorden en samen treken zij naar het zuiden om dat deel te beschermen. Terwijl Caesar onderweg is, valt Vercingetorix hem aan op het open veld en weer trekken Vercingeotrix en zijn mannen aan het kortste eind. Zij verschansen zich in de vesting Alesia.

Daar gebruikt Caesar een nieuwe tactiek: die van beleg en insluiting. De Galliërs proberen een gat te slaan door de bezetting van Caesar, maar slagen niet. Dan eist de honger zijn tol. Vercingetorix en zijn aanhangers geven zich over. Gallië is definitief verslagen.

De volgende zes jaren brengt Vercingetorix door in een Romeinse gevangenis totdat Caesar hem in 46 v. Chr. toont aan het Romeinse publiek tijdens zijn triomftocht door de straten van Rome. Na de triomftocht wordt hij omgebracht.

dinsdag 1 mei 2012

Muze op Dinsdag: Lied bij het Eeuwfeest

Foto: Orcinus O.
Bron: http://www.flickr.com/photos/orcinus/237115560
Het is een drukke week voor liefhebbers van feesten in Nederland: Koninginnedag is nog maar net achter de rug of Bevrijdingsdag dient zich al aan. De Romeinen vierden veel feesten en feestdagen, maar één feest steekt met kop en schouder boven de andere uit: de Eeuwfeesten. En bij een goed feest hoort natuurlijk ook een eigen feestlied. De Muze van Dinsdag laat een stukje van dit lied lezen.

De Ludi Saeculares, zoals de Eeuwfeesten in het Latijn heten, zijn feesten die eens per 110 jaar (volgens de Etruskische telling) werden gehouden. Zij markeren het eind van een oud saeculum en het begin van een nieuwe. Een saeculum is de langste levensduur van een mens, hetgeen neerkomt op een interval van 100 of 110 jaar. Het feest duurt drie dagen en drie nachten. Volgens historici uit de oudheid worden de eerste Eeuwfeesten gehouden in 509 v. Chr., maar in de Republiek zijn ons alleen feesten in 249 v. Chr. en 140 v. Chr. bekend.

In 17 v. Chr. herintroduceert keizer Augustus de Eeuwfeesten. Hij geeft hierbij dichter Horatius de opdracht een hymne te schrijven: de Carmen Saeculare of ook wel Eeuwzang. Deze eer gaf Horatius de officieuze titel van beste dichter van het Romeinse Rijk. Een koor van  27 jongens en 27 meisjes draagt het lied voor op de derde dag van de Eeuwfeesten, allen zonen en dochters van aanzienlijke Romeinen. Het lied is opgedragen aan de god Apollo en de godin Diana.

Hieronder een fragment uit het middenstuk.
Berg weg, Apollo, vreedzaam en mild Uw wapens,
luister naar het smekende koor van knapen;
aanhoor de maagden, Gij, de vorstin der sterren,
   tweehoornige Luna.

Zo waarlijk Rome Uw werk is en Trojaanse
troepen op Etruskische kust geland zijn,
bevolen om hun Laren en stad te verplaatsen
   na heilzame zwerftocht,

voor wie door Troje, dat zonder schade brandde,
de vrome Aeneas, zijn vaderland overlevend,
een vrije weg gebaand heeft om méér te geven
   dan zij verlieten:

Goden, schenkt de leergierige jeugd beschaving,
Goden, schenkt aan ouderen rust en vrede,
schenkt Romulus' volk, voorspoed en nageslacht
   en ieders glorie.
(Horatius, Eeuwzang, 37 - 48; vertaling: P. Schrijvers (2003))

maandag 23 april 2012

Muze op Maandag: geklapt driemanschap

Pompeius, Crassus en Caesar
Afgelopen zaterdag is het bestuur over Nederland van het driemanschap (twee partijen en een gedoogpartij) geklapt. De Romeinse oudheid kende ook een driemanschap. Twee zelfs. En beide hebben het niet gehaald. Muze op Maandag verzorgt de politieke analyse van de eerste klapper.

Het eerste driemanschap uit de Romeinse geschiedenis bestaat uit Gnaeus Pompeius Magnus, Gaius Julius Caesar en Marcus Licinius Crassus. De eerste is een bijzonder goede veldheer en politicus, de twee een bijzonder goede, maar vooral ook, eerzuchtige veldheer en politicus en de derde is helemaal geen veldheer en politicus, maar gewoon schatrijk.

In 60 v. Chr. is Pompeius op het hoogtepunt van zijn roem. Alleen, hij maakt een inschattingsfout. Pompeius ontbindt zijn leger waardoor de senaat niet meer zo onder de indruk van hem is en zodoende stemt de senaat tegen door Pompeius gewenste maatregelen. Hij heeft geld nodig om de beloftes aan zijn leger te kunnen uitvoeren en daarmee zijn prestige te handhaven. Crassus heeft dat geld en Pompeius en Crassus sluiten een deal. Zij maken hierbij gebruik van de diensten van de jonge en eerzuchtige politicus Caesar die als consul de maatregelen van Pompeius kan doorvoeren en vervolgens naar Gallië vertrekt. Het eerste driemanschap (of: triumviraat) is geboren.

In 56 v. Chr. werd het driemanschap vernieuwd, ondanks kleinere strubbelingen onderling. Caesar blijft in Gallië om dit te veroveren, Crassus verkast naar het oosten in de hoop op militaire successen, en Pompeius laat het westen voor hem besturen en blijft in Rome. Crassus zou nooit meer terugkomen uit het oosten. Hij komt om in een veldslag, waardoor Pompeius (man van de senaat) en Caesar (man van het volk) steeds meer tegenover elkaar komen te staan.

In 49 v. Chr. barst de bom. De senaat eist dat Caesar zijn leger laat voor wat het is en ambteloos terugkeert naar Rome. Pompeius steunt dit voorstel. Caesar niet. Hij steekt met leger en al het grensriviertje Rubico over tussen de eigen provincie (Gallië) waar hij wel een commando mocht hebben, en Italië waar hij geen commando mocht hebben. 'Alea iacta est', aldus Caesar. En zo is het. Het driemanschap is geklapt en de burgeroorlog is een feit. Drie jaar later trekt Caesar als overwinnaar Rome binnen.

dinsdag 17 april 2012

Muze op Dinsdag: Veel succes en veel plezier!


Vanavond opent de Week van de Klassieken met de tweede editie van de Ken-Uw-Klassieken Pubquiz. Zie het als de grote broer van de Grote Ken-Je-Klassiekenquiz voor gymnasiasten waarvan de finale van deze quiz later deze week plaatsvindt. Via Twitter wordt live verslag gedaan van de verrichtingen in de zaal. Volg via hashtag #weekklassieken en #pubquiz. Ik wens de deelnemers veel succes!

En voor de andere activiteiten in de volle agenda van de vijfde editie van de Week van de Klassieken: vanaf vandaag barst het los. Iedereen, veel succes en veel plezier!

dinsdag 10 april 2012

Muze op Dinsdag: proza van Plato

Plato
Bron: Wikimedia Commons
De Muze van Dinsdag kiest in deze maand van de filosofie voor proza van de Griekse filosoof Plato. In de dialoog Symposium bespreekt Plato zijn visie op de liefde. Twee personen vertellen over een gesprek dat eerder heeft plaats gevonden. De gespreksbijdrage van de komediedichter Aristophanes begint met een beroemde uiteenzetting over de mens. Aristophanes neemt het woord.
Ja, de hik is nu over, maar daar was wel een niesbui voor nodig. Ik verwonder mij erover waarom de interne regeling van het lichaam het soort prikkelingen en geproest als niezen nodig heeft om de hik kwijt te raken; want met het niezen hield de hik inderdaad onmiddellijk op. [...]

Nu zal ik trachten u over deze kracht (van Eros - liefde; HL) te vertellen zodat gij deze kennis op uw beurt aan anderen kunt doorgeven. Welnu, allereerst moet ge dan iets weten over de gedaante van de mens en zijn gevoelens. Want onze allereerste verschijningsvorm als mens was heel anders dan nu. Zo waren er, wat het menselijk geslacht betreft, drie soorten, en niet twee zoals tegenwoordig het mannelijk en het vrouwelijk geslacht. Nee, er bestond ook een derde geslacht dat het gemeenschappelijke van de twee andere in zich droeg. Nu bestaat alleen de naam ervan nog, en de geslachtsvorm zelf is verdwenen. In de oertijd was er dus een man/vrouw-vorm die bestond uit het gemeenschappelijke tussen man en vrouw, zowel in naam als in vorm. Nu kennen wij dat begrip uitsluitend nog als een scheldwoord.

De verschijningsvorm van ieder mens was toen bovendien helemaal rond, want rug en zijde waren cirkelvormig. Ieder mens had vier handen en evenveel benen. Bovendien had hij twee gezichten die geheel identiek waren en op een ronde nek stonden. Maar op de beide gezichten die een tegengestelde kant uitkeken, was één schedel geplaatst. Wel waren er vier oren, twee geslachtsdelen en voorts alle andere organen in hun overeenkomstige verhouding. Het schepsel liep rechtop, net als wij, en kon gaan waar het wilde. En wanneer die mens het op een lopen zette, deed hij dat als een ware acrobaat met gestrekte benen die in een cirkelvormige beweging rond- en rondgingen, en ook zijn armen gebruikte hij zodat hij op acht ledematen steunde die razendsnel rondgingen.
(Plato, Symposium, 189a - 190b; vertaling: School voor filosofie (1984))

Dit mensengeslacht is krachtig en machtig en zweert zelfs samen tegen de goden. Uiteindelijk snijdt oppergod Zeus deze mensen in tweeën en met hulp van Apollo krijgen de twee helften een menselijk aanzien. De nieuwe mensen verlangen weer terug naar hun wederhelft en het is Eros, de zinnelijke liefde, die deze wens weer in vervulling kan brengen.

maandag 2 april 2012

Muze op Maandag: filosofie door beginners

Foto: dr_relling
Bron: http://www.flickr.com/photos/agder/2326545882
April is de maand van de filosofie. Thema van dit jaar is ziel. De westerse filosofie vindt voor een groot deel haar oorsprong bij de denkers uit Griekenland. Muze op Maandag volgt een cursus filosofie door beginners en gaat op zoek naar drie denkers van het eerste uur.

De eerste filosofenschool stond in Milete, een belangrijke productie- en handelsplaats in Ionië (de westkust van het huidige Aziatisch Turkije), midden op het kruispunt tussen het Griekse en Perzische Rijk in. Het woord school moet je in dit verband niet letterlijk nemen. Zie het eerder als een gemene deler van de drie filosofen uit Milete.

Thales (ca. 634 - 546 v. Chr.) is staatsman, geleerde en filosoof. Hij is de eerste die een zonsverduistering voorspelt (585 v. Chr.). Van Thales zijn geen geschriften bewaard gebleven. Voor Thales is water de oerstof: alles komt voort uit water en bestaat uit water. Het water is de ziel van de dingen. Deze laatste stelling is voor Aristoteles voldoende om Thales de eerste natuurfilosoof te noemen. Het belang van Thales is vooral dat hij vragen stelde en niet tevreden was met de antwoorden uit mysteriën van goden.

Stadsgenoot, vriend en leerling van Thales is Anaximander (ca. 610 - 546 v. Chr.). Anaximander is (natuur)filosoof en astronoom. Zo is Anaximander de eerste die verkondigt dat de aarde niet een platte schijf is, maar een trommel in het midden van een bolvormig heelal. En Anaximander is de eerste die een wereldkaart tekent. We weten dat Anaximander veel heeft geschreven waarvan slechts enkele snippers tekst bewaard zijn gebleven. De oerstof volgens Anaximander is 'het onbepaalde' (Klassiek-Grieks: apeiron). Dit apeiron is in alles aanwezig, maar onzichtbaar. En bezield. Hieruit zou alles ontstaan en hierin zou alles weer eindigen.

De derde filosoof uit Milete is Anaximenes (ca. 585 - ... v. Chr.). Anaximenes wordt gezien als de leerling van Anaximander. In latere tijden wordt nog verwezen naar zijn geschriften, maar niks is verder overgeleverd. Anaximenes kiest niet voor het apeiron of water als oerstof, maar combineerde min of meer beide elementen. Voor Anaximenes is lucht de oerstof. Door verdunning van lucht ontstaat vuur, door verdichting water en aarde. Deze veranderingen worden veroorzaakt door de eeuwige beweging in de lucht zelf. Deze oerstof lucht fungeert ook als levensadem van het heelal en daarmee is Anaximenes de eerste die macro- en mikrokosmos met elkaar in verband brengt.

maandag 26 maart 2012

Muze op Maandag: een uurtje meer of minder

Foto: CityGypsy11
Bron: http://www.flickr.com/photos/25477528@N00/5181143856
Afgelopen zondagochtend ging de klok een uur vooruit. De zomertijd is ingetreden. Hoe klokte men in de oudheid? Muze op Maandag zoekt uit waar de klepel hangt.

Voor tijdmeting gebruikt men in de oudheid twee instrumenten. Het meest gangbare instrument is de zon. Om precies te zijn, de zonneklok ('polos') via de zonnewijzer ('gnomon'). Hiervoor is de dag verdeeld in twaalf eenheden, maar daarbij gaat men in het dagelijks leven aanvankelijk niet uit van een vaste eenheid. Een uur is een/ twaalfde deel van de lengte van het daglicht op die plaats. Men kijkt dus niet op een uurtje. De tijd meet je met de schaduw van een aanwijzer op een oppervlakte dat de seizoensuren aangaf.

Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus werd de zonneklok en de dagindeling van twaalf eenheden in de zesde eeuw v. Chr. in Griekenland geïntroduceerd uit van oorsprong Babylonië. Vanaf de derde eeuw v. Chr. komt de zonneklok echt in opkomst vanwege wiskundige kennis over de schaalverdeling van de uren. Een andere populaire zonneklok uit de periode vóór de derde eeuw ben jezelf: de lengte van je eigen schaduw wordt gebruikt bij een grove schaduwtabel voor tijdsaanduiding. Zonneklokken om mee te nemen zijn er ook, aldus de Romeinse bouwkundige Vitruvius.

Het tweede instrument voor tijdsmeting is de waterklok ('kleps(h)ydra'). Deze klok wordt gebruikt om 's nachts de tijd te meten. De eerste berichten over deze klok in de oudheid dateren de klok in de zesde eeuw v. Chr. Vanaf de vijfde eeuw v. Chr. wordt de waterklok ook in de Atheense rechtbank geïntroduceerd om de spreektijd vast te leggen, waarbij de verdediging minder spreektijd krijgt toebedeeld dan de aanklager.

De tijd wordt gemeten aan de hand van de waterstroom uit een vat. De tijdsmeting is onbetrouwbaar vanwege de moeilijkheid een constante stroom van water te realiseren. Wie dit wel lukt, is Ktesibios. Hij komt in de derde eeuw v. Chr. met een nieuw ontwerp, dat wel een constante stroom van water garandeert. Het exacte ontwerp is niet bekend maar de klok werkte met een vlotter met tegengewichten, wijzers en zelfs geluidssignalen.

maandag 19 maart 2012

Muze op Maandag: over vriendschap

Rijk versierd middeleeuws handschrift van
Cicero, De Amicitia uit eind vijftiende eeuw
(foto en collectie Tresoar)
Het is de tweede week van de Boekenweek. Dit jaar is vriendschap het thema. Over vriendschap schreef men in de oudheid ook al. Muze op Maandag maakt vrienden met de bekendste tekst over vriendschap uit de oudheid.

Laelius of Over Vriendschap. Zo heet het boek dat de Romeinse staatsman, redenaar en filosoof Cicero over hetzelfde onderwerp geschreven heeft. Daarmee is Cicero niet de eerste die over vriendschap schrijft. In de Griekse oudheid is ook veel over dit onderwerp geschreven, hoofdzakelijk vanuit de filosofische hoek, maar van die Griekse werken is maar weinig bewaard gebleven.

Een boek over vriendschap dat wel bewaard is gebleven, is het boek van Cicero uit 44 v. Chr. Cicero kent zijn Griekse collega-filosofen en heeft uit hun werk geput voor zijn eigen boek. In zijn werk laat Cicero Gaius Laelius aan het woord. Laelius vertelt over zijn vriendschap met de pas overleden Scipio Africanus of Scipio Minor waarbij hij wordt aangemoedigd door zijn gesprekspartners Quintus Mucius Scaevola en Gaius Fannius. De 'dialoog' speelt af in 129 v. Chr.

Het werk begint met een inleiding waarin Laelius zijn gevoelens voor de pas overleden Scipio Minor beschrijft. Vervolgens geeft Laelius een definitie van vriendschap en de oorsprong van vriendschap. Het grootste gedeelte van het boek bestaat uit concrete voorschriften over vriendschap.

Een definitie van vriendschap volgens Cicero:
Vriendschap is niets anders dan overeenstemming over alle dingen die met goden of mensen te maken hebben, plus liefde en genegenheid. Misschien met uitzondering van wijsheid hebben de onsterfelijke goden de mens niets mooiers gegeven. Sommigen geven de voorkeur aan rijkdom, anderen aan een goede gezondheid, aanmacht of publieke functies, en velen ook aan zinnelijk genot. Dat laatste is iets voor dieren; die eerder genoemde zaken zijn vergankelijk en onzeker, en niet zozeer in onze macht als wel onderhevig aan de grilligheid van het lot. Zij die in de deugd het hoogste goed zien hebben groot gelijk! Juist de deugd brengt vriendschap voort en houdt haar in stand. Zonder deugd kan er helemaal geen vriendschap bestaan.
(Cicero, Vriendschap, 20; vertaling: Rogier van der Wal (2012))

Meer weten?
- Cicero's De Amicitia in de vertaling van Rogier van der Wal is met het oog op de Boekenweek uitgebracht (met dank aan @DolleMens)
- voorpublicatie uit de bovengenoemde vertaling van Rogier van der Wal

dinsdag 13 maart 2012

Muze op Dinsdag: poëzie van Horatius (deel 2)

Landgoed van Horatius
(foto: sethschoen; bron: http://www.flickr.com/photos/sethschoen/2769009547)
De Muze van Dinsdag kiest vandaag voor poëzie van de Romeinse dichter Horartius. Horatius bezingt zijn voorkeur voor het eenvoudige leven op het landgoed bij Sabinum in de heuvels bij Tivoli dat hij dankzij zijn goede vriend en beschermer Maecenas kan leiden.
Uit bescheiden kannen krijg je
lichte zandwijn van Sabinum,
eigenhandig opgeborgen
en in een Griekse kruik verzegeld,
toen in het theater opklonk

het gejuich voor jou, Maecenas,
sieraad van Romeinse ridders,
toen voorvaderlijke oevers
en een speelse echotoon
van de Vaticaanse heuvel
het applaus voor jou weerkaatsten.

Caecuber en het sap van druiven,
geperst in Cales, drink je thuis maar;
ook de ranken uit Falernum
en de Formiaanse heuvels
mengen zich niet in mijn bekers.
(Horartius, Oden, 1, 20; vertaling: P. Schrijvers (2003))

Meer weten?
- het landgoed van Horatius is teruggevonden
- beluister het bovenstaande gedicht, in Latijn voorgedragen

dinsdag 6 maart 2012

Muze op Dinsdag: de oude tabletten van de keizer

Klik of tik op de foto voor een vergroting
(foto: Rama; bron: Wikimedia Commons)
Morgen presenteert Apple de nieuwste versie van hun tablet, de iPad. Tabletten, of liever gezegd, tabulae, hadden de Romeinen ook. De Muze van Dinsdag besteed aandacht aan bekende, Romeinse tabula: de Lyon Tabulae

Deze bronzen tabulae zijn in 1528 gevonden in Lyon. Op de twee tabletten staat een toespraak van keizer Claudius (geboren in Lyon; keizer 41 - 54 n. Chr.) voor de senaat. De tabletten zijn niet compleet. Zij worden nu bewaard in het Gallo-Romeins Museum in Lyon.

Claudius heeft de rede uitgesproken op verzoek van Gallische notabelen. Zij willen toegelaten worden tot de senatorenstand. Deze stand is de hoogste in de Romeinse standenmaatschappij van de keizertijd. Alleen leden van deze senatorenstand kunnen lid worden van de senaat en toegang krijgen tot bepaalde hoge functies. Natuurlijk heeft Claudius succes gehad met zijn pleidooi.

De tabletten vertellen ons over Claudius. Uit bronnen is bekend dat Claudius een grote, persoonlijke interesse in geschiedenis heeft gehad. Daarnaast staat Claudius erom bekend warrig te zijn, en onhandig. De Lyon Tabulae bevestigen dit beeld van de keizer. Claudius noemt uitgebreid voorbeelden uit het verleden om zijn eigen standpunt kracht bij te zetten. En de tekst staat bekend als warrig en omslachtig geformuleerd.

De tabletten zijn ook in een ander opzicht interessant. De toespraak van Claudius is namelijk niet alleen in deze inscriptie overgeleverd maar ook via een passage bij de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Tacitus heeft zijn versie van de toespraak vijftig jaar na het uitspreken van de rede door Claudius op papier gezet. Met de tabletten is het mogelijk over de schouders van Tacitus mee te kijken.

Bij een vergelijking valt op dat Tacitus de rede op inhoud waarheidsgetrouw weergeeft. Maar op gebied van stijl is er wel een verschil. De versie van Tacitus is veel gestileerder dan de oorspronkelijke versie van Claudius. Maar dat maakt de versie van Tacitus niet 'beter'. Het is, in de woorden van prof. dr. M.A. Wes, 'typisch Claudius: hij is handig in zijn onhandigheid en onhandig in zijn handigheid'.

Tot slot, een fragment uit de Lyon Tabula
Het getuigde bepaald van vernieuwing dat mijn oudoom, de tot God verheven Augustus, en mijn oom Tiberius Caesar, wilden dat de gehele bloem overal van de kolonies en de geromaniseerde steden, de bloem dus van de goeden en de rijken, in deze senaat was opgenomen. Maar wat zullen we nu hebben? Is een senator uit Italië dan niet beter dan één uit de provincie? Wanneer ik zover zal zijn dat ik voor dit onderdeel van mijn werk als censor u om uw instemming zal vragen, zal ik u met de feiten aantonen hoe ik daarover denk. Maar ook provinciebewoners mogen naar mijn mening niet afgewezen worden, mits zij tenminste een sieraad kunnen zijn voor de senaat.
(Lyon Tabula, Claudii Caesaris Oratio (CIL XIII, 1668); vertaling: M.A. Wes (1975))

dinsdag 28 februari 2012

Muze op Dinsdag: poëzie van Sophocles

Antigone bij het lijk van Polynices
(olieverfschilderij Nikiforos Lytras (1865))
Bron: Wikimedia Commons
De Muze van Dinsdag kiest vandaag voor poëzie van de Griekse tragediedichter Sophocles (ca. 496 - 406). Het gaat om het koorlied over de mens, uit de tragedie Antigone.

eerste strofe
Overal zijn gevaren
en niets is zo gevaarlijk als de mens.
Zelfs bij winterwinden gaat dat wezen
naar de overzijde van de grijze zee,
tussen rondom bruisende,
gezwollen golven overstekend.
Ook Aarde, de hoogste godin,
onvergankelijk, onvermoeibaar,
put hij uit, met ploegen die draaien
en keren, jaar in jaar uit
haar kervend met het paardenkind.
eerste antistrofe
Het zorgeloze vogelvolk
voert hij al evenzeer gevangen weg
als het wilde dierenras en waterschepsels
van de zee, in draden tot netten
geknoopt, de vindingrijke man.
Met zijn vondsten beheerst hij
het dier dat huist in het wild
en door de bergen gaat
en zowel het paard met ruige hals
als de taaie bergstier zal hij temmen,
met hun nek onder het juk.
tweede strofe
Ook spraak, gedachten als de wind
en de neiging tot stadsvorming leerde hij zich,
en hoe de pijlen van de gure regens,
van onherbergzame vorst onder
heldere hemel te ontvluchten,
alles oplossend, onthand
gaat hij nooit tegemoet wat hem wacht.
Alleen aan de dood
zal hij geen ontkomen vinden,
al heeft hij ook voor hulpeloze ziektes
een vluchtweg uitgedacht.
tweede antistrofe
Onvoorstelbaar het vernuft
van de technische kunde waarmee hij zich
nu aan het kwaad, dan aan het goede zet.
Wie de wetten van zijn land eerbiedigt,
het recht bij de goden gezworen,
is hoog in de staat, statenloos,
wie door zijn overmoed
zich inlaat met het slechte.
Laat niet aan mijn haard verschijnen,
niet mijn gedachten delen,
wie zich zo gedraagt.
(Sophocles, Antigone, 332 - 375; vertaling: G. Koolschijn (2008))

maandag 20 februari 2012

Muze op Maandag: wisseling van de macht

Foto: misabrzi
Bron: http://www.flickr.com/photos/brzi/4334737487/sizes
Vandaag heeft politiek leider zijn functie per direct neergelegd. De grote vraag is wie nu in beeld is als opvolger. Opvolging was ook een terugkomend probleem voor Romeinse keizers. Muze op Maandag zet de mogelijkheden voor een keizer op een rij.

Het Romeinse Rijk is vanaf 27 v. Chr. een keizerrijk onder leiding van keizer Augustus. Hij wil net als de keizers na hem de macht zo dicht mogelijk bij zich en zijn naaste houden. Een beetje keizer besteedt daarom ook de nodige zorg aan zijn opvolging. Als hij de kans ertoe krijgt, tenminste ...

De voorkeur gaat uit naar opvolging via dynastie. En dan ook nog het liefst via eigen nageslacht. Maar dat is niet altijd mogelijk. Dan zijn er verschillende oplossingen. Een ervan is door huwelijk een geschikte kandidaat in de familie te trouwen. Een ander om jouw troonopvolger te adopteren als zoon. Keizer Nerva is de eerste die van deze laatste mogelijkheid gebruik maakt. Hij verkiest een adoptie van Trajanus tot zijn zoon boven een opvolging uit zijn eigen familie. Voor de keizers is adoptie een uitgelezen mogelijkheid om toch via erfopvolging een capabele opvolger te kiezen die jouw beleid en belangen voortzet. Vanaf eind van de eerst eeuw is dit veelvuldig gebeurd. Deze keizers gelden als de adoptiefkeizers (96 - 180 n. Chr.).

Vanaf 235 werkt de dynastieke opvolging niet meer. Zij maakt plaats voor de opvolging via geweld. Deze keizers staan bekend als de soldatenkeizers. In deze periode van 235 tot 284 n. Chr. heeft het Romeinse Rijk meer dan vijftig verschillende keizers en tegenkeizers gekend. En slechts één van hen is niet omgelegd ... Keizer Diocletianus (keizer 284 - 305) treedt in 305 vrijwillig terug nadat hij de opvolging via staatshervormingen (twee keizers en twee onderkeizers - tetrarchie) goed had geregeld. Denkt hij. Maar zijn regeling werkt niet omdat de dynastieke invloeden toch te sterk blijken. Weer breekt een tijd van strijd om de macht aan en van pogingen de macht op familie te laten overgaan.

In de vijfde eeuw blijft dit zo doorgaan, met dit verschil dat op de achtergrond Germaanse generaals aan de touwtjes trekken. In 476 zet de Germaan Odoaker de kindkeizer Romulus Augustulus af en maakt daarmee een einde aan vijf eeuwen troonopvolging in het (West) Romeinse Rijk. En hoe het afloopt met Odoaker? Die wordt dertien jaar na zijn benoeming ... juist ja ... vermoord.

Meer weten?
- leestip: het boek Keizers sterven niet in bed (Amsterdam 2001) van Fik Meijer

maandag 13 februari 2012

Muze op Maandag: een liefdesschandaal op de Olympus

Ares en Afrodite afgebeeld op een fresco in Pompeii
Bron: Wikimedia Commons
Morgen is het Valentijnsdag. Een van de oudste liefdesverhalen uit de Griekse oudheid beschrijft een waar liefdesschandaal dat plaatsvond op de Olympus. Muze op Maandag laat je dit goddelijke verhaal met menselijke trekjes in fragmenten meelezen.

Het gaat over de verboden liefde van Ares, god van de oorlog, en de godin van de liefde, Afrodite. We lezen het terug in de Odyssee. De Odyssee wordt samen met de Ilias toegeschreven aan de Griekse eposdichter Homerus uit de achtste eeuw v. Chr. Zij worden wel beschouwd als het startpunt van de westerse literatuur. Maar verhalen in de Ilias en Odyssee zijn afkomstig uit een orale traditie die nog eeuwen verder teruggaat.

Nu die liefdesgeschiedenis. Afrodite is getrouwd met Hefaistos, de manke smid van de goden Hefaistos, maar zij neemt het niet zo nauw met haar huwelijk ...
Toen bracht de zanger bij de lier het liefdesverhaal van
Ares en de sierlijkgekroonde Afrodite,
hoe ze voor de eerste keer samen naar bed gingen in het
huis van Hefaistos. Hij overlaadde haar met geschenken,
maar hij schond het huwelijksbed van koning Hefaistos.
Helios kwam het hem haastig vertellen, hij had hen betrapt op
heterdaad. En zodra Hefaistos deze wrede
boodschap had gehoord, ging hij naar zijn smidse met een
hart vol wraak en venijn, hij zette een machtig aambeeld
op het blok en smeedde een vangnet, niet stuk of los te
krijgen, om de minnaars onwrikbaar vast te pinnen.
Hefaistos hangt zijn net boven het bed en doet alsof hij op reis gaat naar Lemnos. Hij is nog maar net vertrokken of het gaat al mis:
'Gauw, mijn lief! Naar bed! We kunnen het ervan nemen.
Want Hefaistos is niet in de buurt, hij is op reis naar
Lemnos en de Sintiërs met hun platte uitspraak.'
En zij wilde maar al te graag met Ares naar bed gaan,
dus ze zochten het bed op en toen ze goed en wel lagen,
viel het ingenieuze net van de slimme Hefaistos
over hen heen, ze konden meteen geen vin meer verroeren
en ze begrepen dat het onmogelijk was om te vluchten,
trouwens, de God met de twee rechterhanden kwam er al aan ook!
Hefaistos haalt meteen alle andere goden erbij om het bedrog te laten zien.
'Vader Zeus! En jullie ook, gelukzalige Goden,
die het eeuwige leven hebben! Kom naar beneden.
Kun je lachen! Kun je getuige zijn van een schandaaltje!'
[...]
En daar kwamen de Goden al naar het huis met de bronzen
drempel,
[...]
maar de Godinnen bleven thuis, omdat die zich geneerden.
En de weldoeners van de mensheid, de Goden, stonden
in het portaal en kwamen niet meer bij van het lachen,
onbedaarlijk lachten ze, die gelukzalige Goden,
toen ze het ingenieuze net van Hefaistos zagen.
En dat niet alleen, de goden maken grappen om de situatie. Alleen Poseidon ziet de humor er niet van in. Hij smeekt Hefaistos om het liefdeskoppel weer te bevrijden. Poseidon staat zelfs garant voor de boete die Ares moet inlossen.
'Goed dan weiger ik niet langer, dat zou ongepast zijn'.
Met deze woorden verbrak de sterke Hefaistos de boeien
en die twee stoven weg, verlost van hun knellende banden,
hij was meteeen vertrokken naar Thrakië en zij ging naar
Kypros, Afrodite die graag glimlacht, naar Pafos,
waar ze een tempel heeft en een altaar geurend van wierook.
[...]
Dit verhaal bezong de befaamde zanger.
(Homerus, Odyssee, boek 8, vers 266 - 366; vertaling: Imme Dros (1991))

maandag 6 februari 2012

Muze op Maandag: barre tocht

Tekening door John Leech uit: Gilbert Abbott A. Beckett,
The comic history of Rome, Londen 1850
Bron: Wikimedia Commons
De winter houdt Nederland al ruim een week in zijn greep. Er is sneeuw, er is koude, er is vorst. En er is de hoop op die ene tocht. Barre omstandigheden: die trof een schurk van Rome ook op zijn tocht. Muze op Maandag laat je rillen.

Die schurk is Hannibal. Hannibal maakte zichzelf in zijn strijd tegen de Romeinen onsterfelijk met zijn tocht die hem in het moderne Italië bracht. Rome was in de derde en tweede eeuw v. Chr. in drie oorlogen tegen de inwoners van Carthago (in het huidige Tunesië) verwikkeld: de zogeheten Punische Oorlogen. De Romeinen noemden de inwoners van Carthago 'Poeni', Puniërs (Carthago was een door de Phoeniciërs gestichte handelsstad). Waarom de Romeinen deze oorlog voerden, is niet met zekerheid te zeggen. Ja, Carthago werd een steeds grotere macht (met toenemende invloed op het Iberisch schiereiland) om rekening mee te houden, en ja, voor de ambitieuze, Romeinse adel was een oorlog in zekere zin wel gewenst.

Dan breekt de Tweede Punische Oorlog (218 - 201) uit. De Carthaagse bevelhebber heet Hannibal. En terwijl de Romeinen rekenden op een oorlog in Afrika en Spanje, trok Hannibal met een groot leger vanuit Spanje de Pyreneeën over, reist via het zuiden van Gallië naar de Alpen die hij ook oversteekt. Met een groot leger van 50.000 infanteristen en 9000 ruiters. En met olifanten. In een moordend tempo. De Romeinen zijn te laat en voor de Romeinen wisten wat er aan de hand was, marcheerde Hannibal het huidige Italië binnen.

Deze tocht maakte Hannibal beroemd. Onder andere de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v. Chr - 17 n. Chr) besteedde uitgebreid aandacht aan deze tocht tegen de elementen. Een fragment van de tocht over de Alpen:
Maar die route bleek pas echt onoverkomelijk. Want zolang de oude, onbetreden sneeuw met een dunne nieuwe laag bedekt was, bleven de voeten bij het voortgaan gemakkelijk staan in de zachte, niet al te hoge sneeuw. Maar toen de bovenlaag smolt onder de stappen van al die mensen en lastdieren, moesten ze verder over het onbedekte ijs daaronder en over de modder van de smeltende sneeuw. Er ontstond een afschuwelijke worsteling. De voeten vonden geen houvast op het glibberige ijs en gleden op de steile helling nog sneller uit. Als de mannen met behulp van hun handen of knieën probeerden op te staan, gleden die steunpunten eveneens weg en vielen ze weer neer. Ook waren er nergens boomstammen of wortels te bekennen waartegen ze zich met hun hand of voet schrap konden zetten; ze rolden dus alleen maar verder over het gladde ijs en door de modderige sneeuw. De lastdieren stapten soms zelfs tot in de onderste sneeuwlaag. Wanneer ze dan uitgleden en in een poging zich schrap te zetten harder met hun hoeven op het ijs bonkten, gingen zij daar helemaal doorheen, zodat er heel wat dieren als in voetboeien geklonken vast bleven zitten in het harde, diep bevroren ijs.
(Livius, Ab urbe condita, boek 21, hoofdstuk 36; vertaling: Hedwig W.A. van Rooijen-Dijkman (1996))

Gedurende zijn tocht verloor Hannibal de helft van zijn leger en bijna alle olifanten kwamen om. Hannibal haalt nog grote overwinningen op de Romeinen maar het zijn de Romeinen die uiteindelijk aan het langste eind trekken.

maandag 23 januari 2012

Muze op Maandag: partijcongressen in het oude Rome?

Rechts op de voorgrond: het senaatsgebouw op het Forum Romanum
(foto: Dives Gallaecia; bron: http://www.flickr.com/photos/divesgallaecia/4577170571)
Dit weekeinde hielden twee gevestigde politieke partijen hun congres. Partijpolitiek in onze zin van het woord, daar deden de oude Romeinen niet aan. Maar verschillende bevolkingsgroepen hadden wel hun eigen belangen. Muze op Maandag mengt zich in de Romeinse politiek.

Vanaf de vijfde eeuw v. Chr. wordt het Romeinse Rijk bestuurd in de vorm van een republiek, met (in vereenvoudigde vorm) een senaat, een volksvergadering en diverse bestuurlijke ambten. De volksvergadering beslist uiteindelijk, maar volgens traditie en gewoonte komen deze voorstellen pas bij de volksvergadering nadat zij geheel naar het zin zijn van de senaat.

In die senaat zitten de nobiles, de adel, een kleine groep welgestelden waaruit ook de beide consuls (de hoogste bestuursambt van de Romeinse Republiek) worden gekozen. Ook de equites, de ridders, zitten in de senaat. Zij leveren niet of nauwelijks een consul. Staatsman, redenaar en filosoof Cicero (106 - 43 v. Chr.) is misschien wel de beroemdste uitzondering hierop. De volksvergadering staat onder leiding van tien tribuni plebis, de volkstribunen.

Vanaf de tweede eeuw v. Chr. komen er politici (volkstribunen) die voor het realiseren van hun wensen niet de weg die eerst langs de senaat gaat, bewandelen, maar zich rechtsreeks richten tot de volksvergadering. De broers Tiberius en Gaius Gracchus zijn een van de eerste die deze nieuwe politiek bedrijven. Zeer tegen de tradities en gewoonten van het Romeinse bestuur in. Zij worden al gauw populares genoemd. Politici die vinden dat de senaat het belangrijkste bestuursorgaan moet blijven, worden boni of optimates genoemd.

Partijcongressen waren er dus niet in het oude Rome. Het gaat in het politieke landschap van Rome niet om verschillende partijprogramma's maar om verschillende methodes om je doelen te bereiken. Zowel populares als optimates behoren tot de nobiles, de adel.

In de eerste eeuw v. Chr. leidt deze tweestrijd tot een burgeroorlog. Enkele populares, waaronder Caesar, kiezen ervoor om zich diep in de schulden te steken om de gunst van het volk te kopen en zo hun eigen politieke agenda uit te voeren; de tegenstanders, de optimates, weigeren in te zien dat hervormingen noodzakelijk zijn om de uit de hand gelopen situatie weer te kalmeren. Uiteindelijk zijn er een burgeroorlog en een alleenheerser (de latere keizer Augustus) voor nodig om beide partijen weer in het gareel te brengen. Maar dan is de republiek al weer ten einde.