Posts tonen met het label Horatius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Horatius. Alle posts tonen

dinsdag 1 mei 2012

Muze op Dinsdag: Lied bij het Eeuwfeest

Foto: Orcinus O.
Bron: http://www.flickr.com/photos/orcinus/237115560
Het is een drukke week voor liefhebbers van feesten in Nederland: Koninginnedag is nog maar net achter de rug of Bevrijdingsdag dient zich al aan. De Romeinen vierden veel feesten en feestdagen, maar één feest steekt met kop en schouder boven de andere uit: de Eeuwfeesten. En bij een goed feest hoort natuurlijk ook een eigen feestlied. De Muze van Dinsdag laat een stukje van dit lied lezen.

De Ludi Saeculares, zoals de Eeuwfeesten in het Latijn heten, zijn feesten die eens per 110 jaar (volgens de Etruskische telling) werden gehouden. Zij markeren het eind van een oud saeculum en het begin van een nieuwe. Een saeculum is de langste levensduur van een mens, hetgeen neerkomt op een interval van 100 of 110 jaar. Het feest duurt drie dagen en drie nachten. Volgens historici uit de oudheid worden de eerste Eeuwfeesten gehouden in 509 v. Chr., maar in de Republiek zijn ons alleen feesten in 249 v. Chr. en 140 v. Chr. bekend.

In 17 v. Chr. herintroduceert keizer Augustus de Eeuwfeesten. Hij geeft hierbij dichter Horatius de opdracht een hymne te schrijven: de Carmen Saeculare of ook wel Eeuwzang. Deze eer gaf Horatius de officieuze titel van beste dichter van het Romeinse Rijk. Een koor van  27 jongens en 27 meisjes draagt het lied voor op de derde dag van de Eeuwfeesten, allen zonen en dochters van aanzienlijke Romeinen. Het lied is opgedragen aan de god Apollo en de godin Diana.

Hieronder een fragment uit het middenstuk.
Berg weg, Apollo, vreedzaam en mild Uw wapens,
luister naar het smekende koor van knapen;
aanhoor de maagden, Gij, de vorstin der sterren,
   tweehoornige Luna.

Zo waarlijk Rome Uw werk is en Trojaanse
troepen op Etruskische kust geland zijn,
bevolen om hun Laren en stad te verplaatsen
   na heilzame zwerftocht,

voor wie door Troje, dat zonder schade brandde,
de vrome Aeneas, zijn vaderland overlevend,
een vrije weg gebaand heeft om méér te geven
   dan zij verlieten:

Goden, schenkt de leergierige jeugd beschaving,
Goden, schenkt aan ouderen rust en vrede,
schenkt Romulus' volk, voorspoed en nageslacht
   en ieders glorie.
(Horatius, Eeuwzang, 37 - 48; vertaling: P. Schrijvers (2003))

dinsdag 13 maart 2012

Muze op Dinsdag: poëzie van Horatius (deel 2)

Landgoed van Horatius
(foto: sethschoen; bron: http://www.flickr.com/photos/sethschoen/2769009547)
De Muze van Dinsdag kiest vandaag voor poëzie van de Romeinse dichter Horartius. Horatius bezingt zijn voorkeur voor het eenvoudige leven op het landgoed bij Sabinum in de heuvels bij Tivoli dat hij dankzij zijn goede vriend en beschermer Maecenas kan leiden.
Uit bescheiden kannen krijg je
lichte zandwijn van Sabinum,
eigenhandig opgeborgen
en in een Griekse kruik verzegeld,
toen in het theater opklonk

het gejuich voor jou, Maecenas,
sieraad van Romeinse ridders,
toen voorvaderlijke oevers
en een speelse echotoon
van de Vaticaanse heuvel
het applaus voor jou weerkaatsten.

Caecuber en het sap van druiven,
geperst in Cales, drink je thuis maar;
ook de ranken uit Falernum
en de Formiaanse heuvels
mengen zich niet in mijn bekers.
(Horartius, Oden, 1, 20; vertaling: P. Schrijvers (2003))

Meer weten?
- het landgoed van Horatius is teruggevonden
- beluister het bovenstaande gedicht, in Latijn voorgedragen

dinsdag 17 januari 2012

Muze op Dinsdag: poëzie van Horatius

'Portret' van Horatius door Anton von Werner
Bron: Wikimedia Commons
De Muze van Dinsdag kiest vandaag voor poëzie van de Romeinse dichter Horartius.
Bron van Bandusia, fonkelend als kristal,
heerlijke wijn en een bloemenkrans waardig,
     morgen krijg je een bokje
  dat door bultige hoorntjes

pril op de kop, tot strijd en liefde is voorbestemd;
vergeefs, immers dit jong van dartele troep
      zal jouw ijskoude water
  kleuren met bloedrode gloed.

De blakende Hondsster weet op zijn wrede uur
jou niet te raken. Jij deelt het dwalend vee,
     stieren moe van het ploegen,
  zoete troost van je koelte toe.

Nu ik zing van een eik die zich geworteld heeft
boven de holle rots waaruit jouw waterstroom
     kletst en klaterend wegspringt,
  word ook jij een beroemde bron.
(Horartius, Oden, 3, 13; vertaling: P. Schrijvers (2003))

maandag 28 november 2011

Muze op Maandag: Horatius

'Portret' van Horatius door Anton von Werner
Bron: Wikimedia Commons
Gisteren was het de sterfdag van een groot Romeins dichter, een van de grootste van allemaal: Quintus Flaccus Horatius. Muze op Maandag staat stil bij deze dichter via zijn beroemdste versregel.

Nagenoeg iedereen is bekend met het werk van Horatius. Dat wil zeggen, met twee beroemde woorden die de dichter 23 v. Chr. heeft gepubliceerd, en waarschijnlijk wel de hele regel.

Horatius, geboren op 8 december 65 v. Chr. in Venusia, het uiterste zuiden van Italië, als zoon van een belastingambtenaar. In Rome en daarna in Athene kreeg Horatius zijn opleiding. Tijdens de burgeroorlog koos Horatius partij voor de uiteindelijk verliezende factie. Eind jaren veertig schreef Horartius zijn eerste poëzie en twee jaar later maakte hij kennis met weldoener en politiek adviseur Maecenas die hem een villa in Sabinum, zo veertig kilometer onder Rome, gaf. Daar leefde Horatius een groot deel van het jaar waar hij zich wijdde aan het schrijven van poëzie. Op 27 november 8 v. Chr. sterft Horatius.

Horatius was niet de dichter van het heldenepos zoals zijn tijdgenoot Vergilius. Horatius was de dichter die het toch vooral Griekse genre lyrische poëzie introduceerde in de Latijnse taal en literatuur met zijn vier boeken met Oden. Daarnaast schreef Horatius Satiren en Epoden (spotdichten), Brieven (waaronder de de Ars Poetica, een leerbrief in versvorm), en de Carmen Saeculare (de officiële hymne voor het eeuwfeest dat keizer Augustus had georganiseerd om de nieuwe tijd in te luiden).

Dan die ene versregel:
Vraag niet (weten is slecht) naar de termijn goddelijk vastgesteld
voor mij én ook voor jou, Leuconoë, laat je niet in met al die
Babylonische wichelarij. Beter is toch wat er ook komt te dragen!
Hetzij Jupiter méér winters verleent of déze nu geeft als laatste,
die de Tuscische zee tegen een wal van puimstenen rotsen afzwakt,
wijs zou je zijn als je de wijn filtert en lange illusies
snoeit met kortheid van duur. Terwijl ik dit zeg, is de jaloerse tijd
weggevlucht: pluk de dag en vertrouw nimmer op die van morgen.
Inderdaad: carpe diem.

(Horartius, Oden, 1, 11; vertaling: P. Schrijvers (2003))

Meer weten?
- uitgebreid aandacht voor Horatius

maandag 29 november 2010

Muze op Maandag: Maecenas

Het is een bekend verhaal: als het aan het kabinet ligt, staan RHC's grote bezuinigingen te wachten. Daarnaast moedigt het kabinetsbeleid bedrijven of prive-initiatieven aan met fiscaal aantrekkelijke regelingen als een mecenas/ maecenas culturele instanties te ondersteunen. Daarom leek mij deze vraag in 'Muze op Maandag' meer dan gerechtvaardigd: wie was nu eigenlijk Maecenas?

Gaius Maecenas (ca. 70 - 8 v. Chr.) was een zeer rijke, politieke adviseur van Octavianus (de latere keizer Augustus). Hij behoorde tot inner circle van Augustus. Hieraan dankte Maecenas ook zijn status; zelf heeft Maecenas nooit een magistraat vervuld en was hij ook niet lid van de Romeinse senaat.
Maecenas presenteert de Artes Liberales aan keizer Augustus
(olieverfschilderij Giovanni Battista Tiepoli (1743))


































Maar Maecenas is vooral bekend als de grote culturele weldoener van Rome in de eerste eeuw v. Chr. Hij was patroon van beroemde dichters als Vergilius, Horatius en Propertius. Maecenas voorzag de dichters uit zijn 'cirkel' van ruim levensonderhoud en via zijn nauwe band met keizer Augustus introduceerde hij deze dichters aan het hof van de keizer. In ruil hiervoor deden de Romeinse dichters in hun werk een goed woordje voor het beleid van de keizer. Dit politieke aspect in het werk van de dichters heeft weer bijgedragen tot het legitimeren van de macht van Augustus.

Wie nu nog letterlijk een blik wil werpen op Maecenas' erfenis, kan terecht op de Esquilijn (een van de zeven heuvelen in Rome). Daar zijn nog een paar resten te zien van zijn villa met park. Lang heeft men gedacht dat het om het auditorium van Maecenas heeft gegaan. Tegenwoordig denkt men dat het resten van de eetzaal zijn. Het is in ieder geval op deze plek waar grote namen als Vergilius en Horatius hun nieuwste poëzie voordroegen.

Dus, mocht je in Rome zijn en je staat voor het hek dat jou scheidt van de ruïne, sluit dan je ogen en stel jezelf een ruimte voor: er is bescheiden publiek, Maeceanas zit een stukje apart, een dichter neemt het woord. Luister naar fluisteringen van dichters van lang geleden en hoor hoe één van 'zijn' dichters - Horatius - hem zijn nieuwste versregels voor het eerst laat horen:

Jij vraagt je af wat op de eerste maart
een vrijgezel als ik aan het doen is
met bloemen, een doosje boordevol wierook,
    houtskool op plaggen,

jij, dookneed in elk van beide talen?
Ik had Liber een lekkere maaltijd
en een witte bok gewijd toen een boom mij
    bijna gedood had.

Deze dag zal jaarlijks de dichtgelakte
kurk bevrijden van een amfoor die leerde
rook te drinken tijdens het consulschap
    van Lucius Tullus.

Drink, Maecenas, drink op je vriends gezondheid
menig glaasje, laten lantaarns waken
tot het daglicht en schreeuwende ruzies
    de rust niet verstoren.

Ban je zorgen over Romeinse burgers:
dood is de Dacische bende van Cótison,
Parthen strijden tegen zichzelf, verdeeld
    in rouwvolle tweedracht,

getemd is een oude vijand uit Spanje,
Cantabers geboeid door een late keten,
Scythen willen eindelijk wijken,
    hun bogen ontspannen.

Vergeet nu eens je plicht als politicus,
wees voor het volk niet overbezorgd, grijp blij
de gaven van het huidige uur en laat
    je zorgen maar waaien.

(Horatius, Oden III, 8; vertaling P. Schrijvers)