Posts tonen met het label Griekse oudheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Griekse oudheid. Alle posts tonen

maandag 2 juli 2012

Muze op Maandag: veilig terugkeren naar huis

Odysseus en Penelope
(Johann Heinrich Wilhelm Tischbein (1751 - 1829))
Gisterochtend landde de Nederlandse astronaut André Kuipers in de Sojoezcapsule in de steppe van Kazachstan. Hij keerde hiermee terug naar huis na een verblijf van 193 dagen in het International Space Station. De bekendste terugkeer uit de klassieke literatuur is die van de Griekse held Odysseus. Muze op Maandag wacht hem op.

De terugkeer van Odysseus is het onderwerp van het epos Odyssee. De Odyssee is een van de twee epen van de Griekse dichter Homerus; de andere is de Ilias over de Trojaanse Oorlog. De heldendichten komen uit de achtste eeuw v. Chr. maar (elementen uit het) verhaal gaan veel verder terug dan die achtste eeuw.

In de Odyssee wordt de terugkeer van de Griekse held Odysseus beschreven. Na tien jaar oorlog voeren op de vlakte voor Troje aan de zijde van de Grieken keert Odysseus terug naar huis. En dat huis ligt in Ithaka. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet; Odysseus en zijn kameraden beleven allerlei avonturen en het zou nog eens tien jaar duren eer Odysseus voet op eigen bodem zet.

Op het thuisfront is in de twintig jaar van Odysseus' afwezigheid, het nodige gebeurd. Vrijers hebben zich het paleis van Odysseus toegeëigend en zij dingen naar de hand van Penelope, de echtgenote van Odysseus. Maar Penelope wil hier niks van weten. Als Odysseus te weten komt van de situatie thuis, verzint hij een list: hij vermomd zich als bedelaar en keert zo ongemerkt terug op Ithaka. Zijn hond, Argos, die was achtergebleven op Ithaka, herkent Odysseus:
Toen ze (dat is: Odysseus en Eumaios) zo stonden te praten, tilde een hond, die daar lag, zijn
kop op en spitste zijn oren. Het was Argos, dezelfde
hond die Odysseus vanaf de geboorte zelf getraind had,
maar waar hij niets aan gehad had, omdat hij weg moest naar Troje.
Er was een tijd dat Argos op jacht ging met jeugdige jagers,
altijd achter de herten en hazen en berggeiten aan, maar
nu bleef hij buiten de poort, zijn baas was immers niet thuis en
hij lag totaal verwaarloosd op een van de grote hopen
mest van koeien en muildieren
[...]
                                                         Daar lag
Argos overdekt met bijtende hondevlooien.
Ondanks alles wist hij dat zijn baas er was, hij
kwispelde met zijn staart, hij legde zijn oren plat, maar
had geen kracht meer om naar Odysseus toe te kruipen.
Die keek vlug opzij en veegde langs zijn ogen -
iets dat Eumaios niet merkte - en begon haastig te vragen:
'Kijk Eumaios, wat een prachtige hond op die mesthoop!'
[...]
Maar het noodlot van de zwarte dood trof Argos,
toen hij Odysseus in het twintigste jaar weer gezien had.
Uiteindelijk herenigt Odysseus zich na een strijd tegen de vrijers met zijn echtgenote Penelope.

(Homerus, Odyssee, 17, 290 - 327; vertaling: Imme Dros)

maandag 18 juni 2012

Muze op Maandag: de bal is rond

Jongleur met een bal?
Foto: Gun Powder Ma (bron: Wikimedia Commons)
Het EK Voetbal is in volle gang; Griekenland is door naar de kwartfinale en op het moment van schrijven probeert Italië zich te plaatsen voor de kwartfinales. Ook in de Griekse en Romeinse oudheid was de bal rond. Hoe rond? Muze op Maandag zoekt het uit.

Een spel met de bal is al zo oud, dan wel ouder, als de weg naar Rome. Bij Homerus (achtste eeuw v. Chr.) lezen we al van een balspel: als de Griekse held Odysseus half verdronken aanspoelt op het strand bij het land van de Phaeaken, speelt Nausicaä, dochter van de koning, een balspel met haar vriendinnen. Balspellen komen we ook tegen in kunst, zoals een reliëf of een zwartfigurige vaas. Ballen zijn er in verschillende maten: van een kleine bal gevuld met haren of veren tot een bal heel zware ballen. Ballen zijn gemaakt van stof of leer, maar ook ballen van aardewerk of zelfs glas zijn bekend.

Ballen worden dus gebruikt voor vermaak, maar ook voor training. De Griekse arts Galenus zag de voordelen van een balspel wel in: ballen waren licht en - niet onbelangrijk -  goedkoop, je kon er alleen of met meerdere personen mee oefenen. En of je nu jong of oud was, je kon je ermee op kracht of juist op snelheid oefenen. Het was ook een veilige manier van sportbeoefening. Ook beroemde Grieken en Romeinen deden aan balspellen. Zo wordt van keizer Augustus verteld dat hij zich vermaakte met de bal en rekent de tragediedichter Sophokles zijn balhandling tot zijn artistieke talenten.

Maar voetballen de Grieken en de Romeinen ook? In de oudheid doet men niet aan teamsport, en een spel met de bal maakt geen deel uit van Griekse en Romeinse sportfestivals zoals de Olympische Spelen. Wel is bekend dat de Spartaanse jongelingen in teams met veertien spelers een soort rugby of American football speelden in het theater, als onderdeel van rites de passage naar volwassen soldaat. Het toernooi wordt in de Romeinse oudheid jaarlijks gespeeld volgens een knock-outsysteem. Balspelers (Klassiek Grieks: sphaireis) van het winnende team brengen offers aan Herakles. In de late oudheid spreekt men ook van episkyros, een balspel dat veel lijkt op rugby, waarbij de bal alleen mag worden overgegooid.

Maar van voetbal in de moderne zin van het woord (bal gespeeld met de voet) is weinig met zekerheid terug te vinden in de Griekse en Romeinse bronnen.

maandag 28 mei 2012

Muze op Maandag: hoofdact op het festival

Euripides (ca. 485 - 406 v. Chr.)
Bron: Wikimedia Commons
Vandaag is de laatste dag van het festival Pinkpop. En geen festival kan zonder zijn hoofdacts op mainstage. De festivals in de oudheid kenden hun eigen (hoofd)acts. Muze op Maandag juicht mee voor een van de beroemdste festivalacts.

Het grote festival in vijfde-eeuws Athene was de Grote Dionysia. Dit festival werd in maart gehouden ter ere van de god Dionysus (god van wijn, roes en extase). Tijdens de Grote Dionysia vonden er theateropvoeringen plaats van komedies, tragedies en satyrspelen. Deze laatste twee typen voorstellingen werden op één dag gespeeld en werden samen een tetralogie genoemd. Een van de beroemdste auteurs van de tragedies was de hoofdact Euripides.

Euripides (ca. 485 - 406 v. Chr.) wordt gezien als de laatste van de drie grote Griekse tragici. Zijn voorgangers waren Aeschylus en Sophocles. Over het leven van Euripides is weinig bekend. Hij is geboren op het Griekse eiland Salamis. 455 was zijn debuutjaar als tragediedichter. Zijn laatste levensfase bracht Euripides door aan het hof van Macedonia waar hij in 406 stierf.

Euripides introduceerde nieuwe elementen in zijn tragedies. Bij Euripides stond vooral de mens centraal: hij maakte de mythische hoofdrolspelers veel menselijker dan zijn voorgangers. Na zijn dood werden de stukken van Euripides meer en meer gewaardeerd en van Euripides hebben we nu de meeste stukken over in vergelijking met de andere twee Grote tragici. Van de vermoedelijk wel negentig toneelstukken van Euripides zijn slechts 18 bewaard, waarvan er 17 een tragedie zijn. Vijfmaal ontving Euripides de eerste prijs op de Grote Dionysia, waarvan de laatste keer postuum.

dinsdag 10 april 2012

Muze op Dinsdag: proza van Plato

Plato
Bron: Wikimedia Commons
De Muze van Dinsdag kiest in deze maand van de filosofie voor proza van de Griekse filosoof Plato. In de dialoog Symposium bespreekt Plato zijn visie op de liefde. Twee personen vertellen over een gesprek dat eerder heeft plaats gevonden. De gespreksbijdrage van de komediedichter Aristophanes begint met een beroemde uiteenzetting over de mens. Aristophanes neemt het woord.
Ja, de hik is nu over, maar daar was wel een niesbui voor nodig. Ik verwonder mij erover waarom de interne regeling van het lichaam het soort prikkelingen en geproest als niezen nodig heeft om de hik kwijt te raken; want met het niezen hield de hik inderdaad onmiddellijk op. [...]

Nu zal ik trachten u over deze kracht (van Eros - liefde; HL) te vertellen zodat gij deze kennis op uw beurt aan anderen kunt doorgeven. Welnu, allereerst moet ge dan iets weten over de gedaante van de mens en zijn gevoelens. Want onze allereerste verschijningsvorm als mens was heel anders dan nu. Zo waren er, wat het menselijk geslacht betreft, drie soorten, en niet twee zoals tegenwoordig het mannelijk en het vrouwelijk geslacht. Nee, er bestond ook een derde geslacht dat het gemeenschappelijke van de twee andere in zich droeg. Nu bestaat alleen de naam ervan nog, en de geslachtsvorm zelf is verdwenen. In de oertijd was er dus een man/vrouw-vorm die bestond uit het gemeenschappelijke tussen man en vrouw, zowel in naam als in vorm. Nu kennen wij dat begrip uitsluitend nog als een scheldwoord.

De verschijningsvorm van ieder mens was toen bovendien helemaal rond, want rug en zijde waren cirkelvormig. Ieder mens had vier handen en evenveel benen. Bovendien had hij twee gezichten die geheel identiek waren en op een ronde nek stonden. Maar op de beide gezichten die een tegengestelde kant uitkeken, was één schedel geplaatst. Wel waren er vier oren, twee geslachtsdelen en voorts alle andere organen in hun overeenkomstige verhouding. Het schepsel liep rechtop, net als wij, en kon gaan waar het wilde. En wanneer die mens het op een lopen zette, deed hij dat als een ware acrobaat met gestrekte benen die in een cirkelvormige beweging rond- en rondgingen, en ook zijn armen gebruikte hij zodat hij op acht ledematen steunde die razendsnel rondgingen.
(Plato, Symposium, 189a - 190b; vertaling: School voor filosofie (1984))

Dit mensengeslacht is krachtig en machtig en zweert zelfs samen tegen de goden. Uiteindelijk snijdt oppergod Zeus deze mensen in tweeën en met hulp van Apollo krijgen de twee helften een menselijk aanzien. De nieuwe mensen verlangen weer terug naar hun wederhelft en het is Eros, de zinnelijke liefde, die deze wens weer in vervulling kan brengen.

maandag 2 april 2012

Muze op Maandag: filosofie door beginners

Foto: dr_relling
Bron: http://www.flickr.com/photos/agder/2326545882
April is de maand van de filosofie. Thema van dit jaar is ziel. De westerse filosofie vindt voor een groot deel haar oorsprong bij de denkers uit Griekenland. Muze op Maandag volgt een cursus filosofie door beginners en gaat op zoek naar drie denkers van het eerste uur.

De eerste filosofenschool stond in Milete, een belangrijke productie- en handelsplaats in Ionië (de westkust van het huidige Aziatisch Turkije), midden op het kruispunt tussen het Griekse en Perzische Rijk in. Het woord school moet je in dit verband niet letterlijk nemen. Zie het eerder als een gemene deler van de drie filosofen uit Milete.

Thales (ca. 634 - 546 v. Chr.) is staatsman, geleerde en filosoof. Hij is de eerste die een zonsverduistering voorspelt (585 v. Chr.). Van Thales zijn geen geschriften bewaard gebleven. Voor Thales is water de oerstof: alles komt voort uit water en bestaat uit water. Het water is de ziel van de dingen. Deze laatste stelling is voor Aristoteles voldoende om Thales de eerste natuurfilosoof te noemen. Het belang van Thales is vooral dat hij vragen stelde en niet tevreden was met de antwoorden uit mysteriën van goden.

Stadsgenoot, vriend en leerling van Thales is Anaximander (ca. 610 - 546 v. Chr.). Anaximander is (natuur)filosoof en astronoom. Zo is Anaximander de eerste die verkondigt dat de aarde niet een platte schijf is, maar een trommel in het midden van een bolvormig heelal. En Anaximander is de eerste die een wereldkaart tekent. We weten dat Anaximander veel heeft geschreven waarvan slechts enkele snippers tekst bewaard zijn gebleven. De oerstof volgens Anaximander is 'het onbepaalde' (Klassiek-Grieks: apeiron). Dit apeiron is in alles aanwezig, maar onzichtbaar. En bezield. Hieruit zou alles ontstaan en hierin zou alles weer eindigen.

De derde filosoof uit Milete is Anaximenes (ca. 585 - ... v. Chr.). Anaximenes wordt gezien als de leerling van Anaximander. In latere tijden wordt nog verwezen naar zijn geschriften, maar niks is verder overgeleverd. Anaximenes kiest niet voor het apeiron of water als oerstof, maar combineerde min of meer beide elementen. Voor Anaximenes is lucht de oerstof. Door verdunning van lucht ontstaat vuur, door verdichting water en aarde. Deze veranderingen worden veroorzaakt door de eeuwige beweging in de lucht zelf. Deze oerstof lucht fungeert ook als levensadem van het heelal en daarmee is Anaximenes de eerste die macro- en mikrokosmos met elkaar in verband brengt.

maandag 7 november 2011

Muze op Maandag: vijf keer klassiek geld

Foto: alex012
Bron: http://www.flickr.com/photos/alex012/4831913431
Grieks geld. Of het gebrek eraan. Daar draait het om deze periode. Griekenland blijft wat dat betreft de gemoederen bezig houden in Europa en de wereld. Muze op Maandag zet vijf klassieke weetjes over klassiek geld op een rij.

De eerste 'westerse' betalers
Het waren de Lydiërs die het systeem van geld introduceerden in de 'westerse' wereld. Dat gebeurde in de zevende eeuw v. Chr. De Lydiërs ontwikkelden een systeem waar een symbool een waarde vertegenwoordigt zoals afgesproken binnen een samenleving. Men gaat nu werken met een systeem van munten met vast gehalte en gewicht. De eerste munten van de Lydiërs waren gemaakt van elektrum, een natuurlijke legering van goed en zilver.

Een handvol
De Grieken noemden hun munten drachmesDrachme is Klassiek Grieks en betekent letterlijk 'een handvol'. De Romeinen kwamen aanzetten met het woord pecunia voor 'geld'. Het Latijnse woord pecunia is afgeleid van pecus dat 'vee' betekent.

Half geld
Diezelfde Romeinen betaalden probleemloos met halve munten of zelfs in vieren gedeelde munten. Toen met de Romanisering van het Rijnland in de eerste eeuw n. Chr. de handel opbloeide, was er een tekort aan muntgeld waardoor munten in tweeën werden gehakt. Dit was mogelijk omdat het Romeinse geld een intrinsieke waarde had, dat wil zeggen, de metaalsamenstelling en het gewicht bepaalden de waarde van de munt. Geen probleem.

Regels voor je huis
Economie is misschien wel het meest uitgesproken en opgeschreven woord van dit moment. En geheel passend in deze tijd kent het woord zijn oorsprong in, jawel, Griekenland. Economie is een afgeleide van oikonomia: oikos betekent 'huis' en nomos 'gebruik, wet'. Met oikos werd dan het huis, de bijbehorende grond en de bewoners bedoeld.

Geld stinkt niet
Het is misschien wel de beroemdste uitspraak over geld. In het Latijn luidt het: pecunia non olet. De herkomst van deze uitdrukking moet gezocht worden in de Romeinse oudheid, maar de uitdrukking zelf is in deze letterlijke bewoording nooit zo overgeleverd uit die Romeinse oudheid. Hoe zit dit? De Romeinse keizer Vespasianus (keizer van 69 tot 79 n. Chr.) had te maken met een tekort aan geld en zocht naar extra mogelijkheden om geld binnen te halen. Al snel kwam Vespasianus met voorstellen om extra belastingen in te voeren. Een van deze belastingen was de herinvoering van een maatregel van keizer Nero: belasting heffen op urine. Dit was een belasting voor eigenaars van openbare toiletten. Deze toiletten waren ook in gebruik om je eigen pot in te legen. Vespasianus' zoon Titus was het niet helemaal met deze belasting eens:
Zijn zoon Titus, die er bezwaar tegen maakte dat hij zelfs een belasting bedacht had op urinoirs, hield hij een munt onder de neus die uit de eerste betaling afkomstig was met de vraag of hij de lucht smerig vond. Toen Titus daar 'nee' op zei, antwoordde hij: 'Toch komt hij uit het urinoir.'
(Suetonius, De vita Caesarum, Vespasianus 23, 3; vertaling D den Hengst)

zondag 6 november 2011

De oudheid online

Er is veel oudheid te vinden op het Internet. Zo is er nieuws, teksten en vertalingen, routeplanners, tijdbalken, en noem maar op. En soms stuit je op interessante en uitgebreide websites over de oudheid waar je het in eerste instantie niet zo snel zo uitgebreid zou verwachten. @annemiekenijdam tipte mij voor zo'n website.

De BBC heeft zich flink uitgeleefd op Internet als het om geschiedenis gaat. En ook de oude geschiedenis komt ruimschoots aan bod, en dan vooral de Romeinse oudheid. Met uitgebreide artikelen van niet de minste geleerden in het veld, met veel foto's, een 3D-rondleiding, leessuggesties en zelfs verschillende online spellen. Ja, er is een accent op Romeinse oudheid in Groot Britannië, maar dan nog is er meer dan genoeg te beleven.

Er is ook aan de kinderen gedacht. Want er is ook een eigen pagina speciaal voor kinderen, bijna net zo uitgebreid als de eerstgenoemde pagina's. Tijdbalken, online spellen, leuke weetjes, downloads, handleidingen voor de leerkrachten: je vindt het er allemaal.

Kijk maar eens rond.

dinsdag 1 november 2011

Muze op, eh, dinsdag: antiek asiel

Resten van de tempel van Poseidon op Kaap Sounion; foto: Ava Babili
Bron: http://www.flickr.com/photos/ava_babili/2417489973
Nederland is deze dagen in de ban van een asielaanvraag. Muze op dinsdag (de Muze van Maandag was gisteren verhinderd) gaat op zoek naar de herkomst van het woord 'asiel'.

Het woord asiel komt via het Frans en het Latijn van het Klassiek-Griekse asulos. Asulos is een samenstelling van het voorvoegsel a- ('niet') en het werkwoord sulaoo ('wegnemen', 'roven', 'wegvoeren van'). Zo kom je op de betekenis van asulos als 'niet te beroven' en daarmee 'onschendbaar', 'vrij van'.

Heiligdommen in de Griekse oudheid boden je een asulon ('vrijplaats'). De godheid van een heiligdom beschermde een ieder die zijn toevlucht zocht tot dat heiligdom. Dat konden zijn slaven, maar ook vreemdelingen of misdadigers. Nam je deze goddelijke bescherming niet in acht, dan haalde je de woede van de godheid op je hals of op die van je familie of je volk. Dus je keek wel uit. Behalve heiligdommen kunnen ook (stad)staten een vrijplaats zijn. Zo weten we dat de stad Megara asiel aanbood aan weggelopen slaven uit Athene en zelfs slaven aanmoedigde dit gedrag te volgen.

Daarnaast is er nog het begrip asulia ('onschendbaarheid' van mens en plaats). Dit begrip is breder dan de context van ons moderne begrip asiel. Het wordt toegepast in de zin van de bovengenoemde vrijplaats, maar ook op de onschendbaarheid in een sportwedstrijd. Van het vroege Rome wordt gezegd dat het zich openstelde als asylum ('vrijplaats', 'asiel'). En via dit Latijnse asylum komen we met een tussenstop in het Franse asile bij asiel.

Meer weten?
- handig boek over de herkomst van Nederlandse woorden uit de Griekse cultuur
- meer etymologie vind je in de etymologiebank

vrijdag 23 september 2011

Oud(heid) nieuws

Foto: alykat
Bron: http://www.flickr.com/photos/alykat/509376927
De klassieke oudheid gaat volle kracht digitaal vooruit . Zo kwam ik de afgelopen twee weken deze drie digitale initiatieven tegen. Tijd voor een kort overzicht.

Je raakt nooit meer verdwaald met de nieuwste routeplanner van de Romeinen. De routeplanner heet Omnes Viae en toont de routes binnen het Romeinse Rijk gebaseerd op de Tabula Peutingeriana. De Tabula is een Middeleeuwse kopie van de Romeinse afstandenkaart uit de vierde eeuw n. Chr. Zoom ook eens helemaal uit op de kaart op het hoofdscherm van Omnes Viae. Zo zie je de concentratie van bewoning en de omvang van het Romeinse Rijk, tenminste volgens de Tabula Peutingeriana.

Deze week is er een app verschenen die je het je leven als gymnasiast een stuk aangenamer kan maken: Latijn (iPad only). De app bereidt je extra voor op het eindexamen met grammatica-oefeningen, die je met of zonder Marcus en Julia kunt maken. Ik heb de app nog niet geprobeerd, maar Festina wel.

En tot slot kwam ik deze tijdbalk tegen via dit bericht van het blog Oudheid. De tijdbalk is ontwikkeld door The Metropolitan Museum of Art. Ook de oudheid is erin vertegenwoordigd, met het Oude Griekenland (Europe > Ancient Greece) in meer detail dan het Romeinse Rijk (Europe > Western and Central Europe). Binnen de tijdbalk is het weer mogelijk door te klikken naar verschillende thematische essays.

dinsdag 20 september 2011

Make love, not war

Lysistrate door Aubrey Beardsley (1896)
Foto: Wikipedia
Vrouwen in Filipijnse dorpjes gooiden een heuse seksstaking in de strijd in de hoop zo een einde te maken aan het aanhoudende geweld tussen twee rivaliserende dorpen. Dit bericht kwam ik gisteren tegen op nieuwsblog nrcnext.nl. Een staking geheel in lijn met de moderne Make-Love-Not-Wargedachte. Of is die gedachte toch niet zo modern?

Bijna 2500 jaar geleden kwam de Griekse komediedichter Aristophanes (ca. 448 - 380 v. Chr.) met hetzelfde idee. Hij schreef er in 411 v. Chr. een komedie over die we kennen onder de titel Lysistrate. Aristophanes was een vertegenwoordiger van wat wij nu de Oude Komedie noemen: komedies met een politiek engagement. In 411 v. Chr. is Athene er slecht aan toe. Door de lange oorlog is er slechts een derde van de mannelijke bevolking nog over. Dat kan niet zo langer, moet Aristophanes gedacht hebben, en hij kwam met zijn komedie Lysistrate, waarin Lysistrate ('zij die de legermacht ontbindt') alle vrouwen van Griekenland oproept tot een staking om zo vrede af te dwingen:
Lysistrate: Wij, Griekse vrouwen, hebben het in onze macht
de vrede af te dwingen, eens en voor altijd.
Maar dat houdt in ...
Kalonike: Zeg gauw!
Lysistrate: Sluit jíj je bij ons aan?
Kalonike: Al kost het me de kop, natúúrlijk doe ik mee.
Lysistrate: Wij moeten dan een tijdje zonder ...
Of dit werkte? En of dit werkte! En niet alleen in de komedie van Arsitophanes. De twee Filipijnse dorpen bloeien als nooit tevoren.

(Aristophanes, Lysistrate, 120-124; vertaling: Hein L. van Dolen (1995))

Meer weten?
- Aristophanes, Lysistrate in Engelse vertaling (Project Gutenberg)
- meer over acties als Lysistrate op het blog van Festina Lente

maandag 5 september 2011

Muze op Maandag: hacken in de oudheid

Bij Homerus lezen we over de eerste spion: Dolon.
Foto: Wikimedia Commons
Het is bekend: beveiligingscertificaten zijn gekraakt om inzage te krijgen in internetverkeer. Of je inbreekt in een huis, telefoonlijn of account: het is allemaal een vorm van spionage. En spionage, dat kenden ze in de oudheid ook. Muze op Maandag gaat undercover en zoekt het uit.

Spionage in de klassieke oudheid ging vooral om het bemachtigen van informatie in politieke of militaire context. De oudste spion die wij in de klassieke literatuur overgeleverd hebben gekregen, heet Dolon. We lezen hierover in de Ilias over de oorlog tussen de Grieken en de Trojanen, van de Griekse eposdichter Homerus uit de achtste eeuw v. Chr. De Trojaanse held Hector heeft net een gevraagd wie voor een grote beloning bereid is 's nachts naar de Griekse schepen te sluipen voor informatie:
Onder het volk bevond zich de zoon van Eumedes -
heilig heraut - ene Dolon die goed in zijn goud en brans zat.
Deze, een man met een lelijk gezicht, kon snel uit de voeten;
tussen zijn vijftal zusters was hij de enige jongen.
En tot het volk der Trojanen en Hektor sprak hij de woorden:
"Hektor, mijn hart spoort me aan en een sterke strijdlust beweegt me
bij de snelvarende schepen der Grieken te gaan spioneren.
[...]
'k Zal uw verwachting gestand doen en goed mijn ogen gebruiken.
Tot Agamemnons verblijf probeer ik het kamp van de vijand
binnen te dringen, waar zich waarschijnlijk de leiders van 't krijgsvolk
samen beraden of ze de vlucht zullen nemen of vechten."
(Homerus, Ilias, 10, 314-327; vertaling: H.J. de Roy van Zuydewijn)

Homerus noemt zijn spion niet voor niets Dolon: dolos is het Klassiek-Griekse woord voor 'list', 'bedrog'. Het loopt trouwens nog slecht af voor Dolon. De Griekse helden Odysseus en Diomedes betrappen Dolon, waarna Odysseus Dolon eerst uithoort over de Trojanen en Diomedes hem daarna ombrengt.

Gebruikte men in de Griekse oudheid hoofdzakelijk een en het zelfde woord voor verkenner en spion (kataskopos), in de Romeinse oudheid was dat onderscheid er wel. Was je verkenner voor de troepen uit op jacht naar informatie, dan heette je een explorator. Een spion was een speculator. Over deze speculatores lezen we vooral veel bij Caesar. De best bekende truc in de Romeinse spionage is om vermomd als deserteurs of vluchtelingen het vijandelijke legerkamp binnen te dringen. Maar spionage buiten de militaire context kwam ook voor, zoals Suetonius hier vertelt:
Bij een andere gelegenheid verdacht hij (dat is: keizer Augustus) de praetor Quintus Gallius, die dichtgeklapte wastafeltjes onder zijn gewaad hield tijdens een audiëntie bij hem, ervan dat hij daar een zwaard verborg. Hij durfde dit niet direct te onderzoeken, maar liet hem even later door centurio's en soldaten van het podium sleuren. Hij legde hem, alsof hij een slaaf was, op de pijnbank en gaf, toen hij niets bekende, het bevel hem te doden. Maar eerst stak hij hem eigenhandig de ogen uit.
(Suetonius,  De vita Caesarum, Augustus 27; vertaling D. den Hengst)

Je kon maar beter niet worden ontmaskerd als spion in Rome. Voor een ouderwetse hack konden je handen afgehakt worden, en straffen als kruisigen of onthoofden zijn ook bekend.

maandag 27 juni 2011

Muze op Maandag: de TT van Rome

Een menner uit het rode team wint
Bron: Wikimedia Commons
Afgelopen zaterdag vond de TT van Assen plaats. Racen met paardenkrachten, daar hielden ze in de oudheid ook wel van. Muze op Maandag racet een rondje mee tijdens de wagenrace.

Het wagenrennen komt voort uit de strijdwagens uit het Midden-Oosten en Griekenland van de het tweede millennium v. Chr. Bij de Griekse epos dichter Homerus (achtste eeuw v. Chr.) lezen we voor het eerst over het wagenrennen. Beroemd is ook de mythische wagenrace tussen Pelops die tegen koning Oinomaüs (de beste wagenmenner) strijdt om diens dochter Hippodameia. Slechts met een list weet Pelops te winnen. Vanaf 680 v. Chr. is het wagenrennen een Olympische discipline.

Volgens de overlevering organiseerde Romulus de eerste wagenrace in Rome in 753 v. Chr., kort na de stichting van de stad. De wagenrennen waren een onderdeel van spelen voor goden; in de keizertijd verloren de races de religieuze context. Het circuit waarop de wagenraces in Rome plaatsvonden, was het Circus Maximus. Men racete door twee keerpunten aan weerszijden van de baan te ronden. Behalve dat er genoten werd van het spektakel, werd er ook veel op de uitslag gegokt.

Er waren vier renstallen (facties): de Witten, de Roden, de Blauwen en de Groenen. Deze facties hadden fanatieke aanhang die te vergelijken is met onze voetbalsupporters. Het wagenrennen was populair onder alle lagen van de bevolking, hoewel intellectueel Rome niets van het wagenrennen moest hebben. De beroemdste liefhebber van wagenraces was keizer Caligula. Hij was groot fan van de Groenen.

In het Romeinse wagenrennen werden de wagens bestuurd door slaven en vrijgelatenen. De race besloeg zeven ronden. In de Romeinse (en later de Byzantijnse) wereld ontvingen de menners en de paarden in tegenstelling tot hun Griekse collega's wel de eer. Zij verkregen de status van echte sterren. Uit inscripties zijn veel namen van menners overgeleverd. Uit loden vervloekingstabletten ook trouwens ...

De laatste wagenrace werd in Rome werd gehouden in 549. In Constantinopel bleven de wagenraces populair totdat de races in de zevende eeuw ook daar in populariteit afnam.

Meer weten?
- de beroemde wagenrace uit de film Ben-Hur (1959)
- het lezenswaardige boek Wagenrennen van Fik Meijer

maandag 30 mei 2011

Muze op Maandag: de Conventie van Athene

Bron: Wikimedia Commons
Zorgverzekeraar Achmea vierde afgelopen zaterdag zijn 200-jarig bestaan met een maatschappelijk debat over solidariteit tijdens de Conventie van Achlum, onder andere in de verschillende huiskamers van Achlum. Misschien wel de beroemdste samenkomst met debat uit de oudheid is Plato's Symposium. Muze op Maandag debatteert een rondje mee en neemt ook een slokje (water).

Het woord 'symposium' is overgeleverd via het Latijn uit het Klassiek-Griekse 'symposion' dat letterlijk 'het samen drinken' betekent. De deelnemers lagen op rustbedden, steunend op de linker elleboog met de rechter hand vrij om te eten en drinken, met een of twee personen per rustbed. Slaven en kinderen moesten staan. Een symposium was een aangelegenheid voor mannen uit de aristocratische klasse en vond plaats na de maaltijd. Gezamenlijk werd je dan dronken. Het was een plek voor vermaak in alle vormen, met ook muziek, spel en poëzie.

Behalve een drinkgelach is een symposium ook een literair genre.  Dit is begonnen bij Plato met zijn werk het Symposium. In het literaire genre gaat het om een fictieve dialoog of discussie rond een bepaald thema die tijdens het drinkgelach werd gehouden. Auteurs na Plato volgden zijn voorbeeld, zoals de filosoof Aristoteles. Parodieën op het genre waren er ook (onder andere door Lucianus) en daarnaast figureerde een symposium veel in Romeinse satire.

Het thema van Plato's oer-symposium is de ideale liefde. Plato heeft zijn Symposium kunstig opgezet: Apollodorus doet in een gesprek verslag van een symposium waar hijzelf niet bij aanwezig is geweest; hij heeft het gehoord van Aristodemus, een van de aanwezigen, en na afloop heeft hij bij Socrates nog eens geïnformeerd. Het speelt zich af in Athene in 416 v. Chr. De aanwezigen, waaronder Socrates, de komediedichter Aristophanes en de staatsman Alcibiades, besluiten om zich niet te bezatten, maar om ieder een lofrede te houden op de liefde. Via de bijdrage van Socrates geeft Plato zijn eigen visie:
Dit is immers de goede weg om liefdesmysteriën te bereiken of er door een ander heen te worden geleid: je begint bij de mooie dingen om ons heen en hebt als doel dé schoonheid. Dáárheen klim je op. Vergelijk het met de treden van een trap. [ ... ] Als iets het leven van een mens het leven waard maakt, beste Socrates [ ... ], is dit het: de schoonheid in essentie te mogen aanschouwen.
(Plato, Symposium, 211 C; vertaling H. Warren en M. Molegraaf)

maandag 18 april 2011

Muze op Maandag: ghostwriter in de Griekse rechtbank

Foto: Stew Dean
Bron: http://www.flickr.com/photos/stewdean/3963054413
De vorige week (en ook vandaag) stond in het teken van een spraakmakend proces in Nederland. Processen voeren konden ze in de oudheid ook. Muze op Maandag bekijkt de (civiele) rechtspraak in de Klassiek-Griekse oudheid.

In het Athene van de vijfde en vierde eeuw v. Chr. ging men uit van juryrechtspraak in volksrechtbanken. Deze burgers namen op vrijwillige basis plaats in de jury. Vanaf de vierde eeuw v. Chr. werd ook gebruik gemaakt van loting welke jury bij welke rechtbank kwam. Dit om te voorkomen dat de uitslag van de rechtszaak door omkoping van tevoren al vaststond. De burgers in de jury kregen voor hun optreden een dagbeloning. Dat was wel nodig ook, want een dag niet werken betekende een dag geen inkomsten.

Iedereen kon een aanklacht indienen: openbare aanklagers of advocaten waren er niet. Ook beroepsjuristen en officiële rechtswetenschap bestonden niet in de klassieke periode. Vrije burgers werden geacht zelf de wetten te kennen. Aanklager en aangeklaagde moesten in eigen persoon verschijnen voor de rechtbank en zelf het woord voeren.

Toch was er hulp voorhanden. De aanklager of aangeklaagde kon een tekstschrijver inhuren. Zo'n schrijver noemen we een logograaf. Deze logograaf ('ghostwriter') schreef namens de persoon die hem inhuurde, de redevoering. Het was zaak dat de logograaf zich zo goed mogelijk kon verplaatsen in de betreffende persoon zodat de persoon zelf geloofwaardig de redevoering die voor hem was geschreven, kon uitspreken. Logografen konden bekendheid genieten door succesvolle zaken na afloop te publiceren.

Een van deze logografen was Lysias (ca. 450 - na 380 v. Chr.). Van Lysias zijn 34 redevoeringen bewaard gebleven waarvan er slechts één door hemzelf is uitgesproken. Bijna al deze redevoeringen zijn gerechtsredes. Lysias stond bekend om zijn inbeeldingsvermogen. De stijl van Lysias is eerder eenvoudig dan verheven en groots. Zijn verteltechniek is beknopt, helder en zeer overtuigend. Hieronder de openingszinnen voor een rechtszaak over een olijfboomstronk:
Vroeger, heren leden van de Raad, dacht ik dat het voor iedereen die dat wilde mogelijk was om door het leiden van een teruggetrokken leven verschoond te blijven van processen en bijbehorende lasten. Maar nu ben ik onverwacht zo overvallen door beschuldigingen en laaghartige valse aanklagers, dat volgens mij - als zoiets tenminste mogelijk is - ook ongeboren kinderen al moeten vrezen voor wat hen te wachten staat. Want door toedoen van dat soort mensen ontstaan er voor iedereen dezelfde riskante situaties: èn voor wie niets verkeerd doet èn voor lieden die heel wat op hun kerfstok hebben.
(Lysias, De zaak van de olijfboomstronk, 7, 1; vertaling: J.A.E. Bons)

Meer weten?
- verzameling pleidooien van Griekse redenaars in vertaling
- een aantal redevoeringen van Lysias in Engelse vertaling in e-book via Project Gutenberg