donderdag 30 december 2010

Lamme hand

Oudste handschrift uit de collectie van Tresoar
Aulus Gellius, Attische Nachten, ca. 836 (Fulda)
Foto: Tresoar
Dat had ik 'vroeger' nogal eens: een lamme hand. Van veel schrijven. Notulen van vergaderingen, collegedictaten, studieopdrachten, huiswerk, het kon niet op. Schijven tot je pols er pijn van deed. Was je even blij als je je pen kon neerleggen.

Tegenwoordig heb ik geen lamme handen meer. Sterker nog, ik merk al een poosje dat het schrijven niet meer zo netjes gaat als ik dat graag zou willen. Hoe dit komt? Door het toetsenbord. We doen alles digitaal. Zo, hup de computer in. Heel typisch eigenlijk: sinds de digitale revolutie produceren wij meer teksten dan ooit, maar we schrijven tegelijkertijd minder dan ooit.

In de Middeleeuwen, toen konden ze pas schrijven. Tresoar herbergt prachtige handschriften, met letters zooo klein, ik schat 3 pts in onze huidige tekstverwerkers?

Zelf vind ik het wel jammer dat mijn handschrift niet meer zo lekker loopt. Jarenlang heb ik mijn handschrift geperfectioneerd tot wat het nu is. Dat begon al op de basisschool. Met een paar klasgenoten was het de 'sport' netjes te schrijven. Eigenlijk heb ik toen opnieuw leren schrijven. Op het voortgezet onderwijs heb ik een aantal letters aangepast, verfijnd. De laatste letter die ik aan mijn handschrift heb toegevoegd, was een hoofdletter 'i'. Lang heb ik naar een 'i' gezocht die paste bij mijn andere letters. Tegen het eind van mijn studie was die er.

Maar nu glijdt het handschrift mij door de vingers. Ik las eens in een interview dat de geïnterviewde zichzelf oplegt elke dag in ieder geval een keer te schrijven. En dat doe ik nu ook. Elke dag. Bij elke aantekening die schrijf, ga ik er goed voor zitten. Het voelt wat stram, de pen wil niet helemaal wat ik wil, maar ik houd vol. Zodat al dat harde werk voor mijn handschrift van vroeger niet verloren gaat.

Einde van de vakantie

Telkens als een vakantie er bijna op zit, moet ik aan deze strip denken (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Uit: Bill Watterson, Calvin and Hobbes. Weirdos from another planet,  Warner (1990)
Zucht.

maandag 27 december 2010

Muze op Maandag: met Latijn het nieuwe jaar in

Cicero
Elk jaar, als de klok net twaalf heeft geslagen, zie je ze over je televisiescherm heen rollen: de beste wensen voor het nieuwe jaar in zo'n beetje alle talen van de wereld. Eén taal ben ik nog niet tegengekomen: het Latijn. En daarom deze keer: de nieuwjaarswensen in goed (potjes)latijn.

Het was in mijn eerste jaar van mijn studie, ik vermoed zo het laatste college voor de kerstvakantie, dat mijn docent Latijn hiermee aankwam. Ik herinner mij dat ik een ieder die ik dat jaar een kerstkaart heb verstuurd, iets als dit heb toegewenst: bonus felix, faustusque annus sit. Ofwel: moge het een goed, gelukkig en voorspoedig jaar zijn. 

Later vernam ik de oorsprong van dit stukje Latijn. Het gaat om een bewerking van een vaste wensformulering. De Romeinen gebruikten veel afkortingen voor standaardformuleringen, zoals in inscripties (H.F.C.: heres faciendum curavit - de erfgenaam heeft ervoor gezorgd dat (de grafsteen) opgericht werd) of in brieven, (S.V.B.E.E.V.: si vales, bene est; ego valeo - als je het goed maakt, is het wel; ik maak het ook goed). En zo is er ook deze formulering: Q.B.F.F.Q.S.: quod bonum, felix, fautumque sit - wat goed, gelukkig en voorspoedig moge zijn.

In de brontekst voor deze uitdrukking is de wens net even iets anders. De uitdrukking komen we tegen bij Cicero (De Divinatio (Over de voorspellingskunst), 1, 45, 102). Cicero schrijft in deze passage dat men in het verleden gewoon was aan het begin van een nieuwe onderneming deze wens uit te spreken: quod bonum, faustum, felix fortunatumque esset - moge de zaak goed, gunstig, gelukkig, en gezegend zijn. 

Dus, als je buiten staat, op nieuwjaarsdag even na twaalf uur, wens je buren eens: bonus, felix, fautusque annus sit. En wacht de reactie af ...

Meer weten? 
- een overzicht van Latijnse afkortingen en uitdrukkingen
- de Latijnse tekst van Cicero, De Divinatione
- de vertaling van Cicero, De Divinatione

vrijdag 24 december 2010

Prettige kerstdagen

Heel plezierige kerstdagen toegewenst!

De krant van het jaar nul

Vandaag te koop, de krant van het jaar nul. 2010 jaar te laat? Nee, helemaal niet. Het gaat om een speciale uitgave van nrc.next. De krant is opgesteld alsof hij zou verschenen zijn op vrijdag 24 december van het jaar nul, of beter gezegd, in het jaar dat Gaius Caesar en Lucius Aemilius Paulus consuls waren, met een ruime marge van 50 v. Chr. tot 50 n. Chr. En dat betekent veel (Romeinse) kapitalen, veel verbasteringen van eigennamen van redacteuren en columnisten op -us, en een roze marmeren achtergrond.

De redactie heeft zichtbaar plezier gehad bij het samenstellen van deze krant. Er is een artikel over de RomaLeaks, over de Friezenopstand en een heus interview met Ovidius. Er is een heus caelum (weerbericht), er zijn commendationes (advertenties) en zelfs de sudoko is in Romeinse cijfers uitgevoerd. Ook vaste rubrieken als ludus (sport), oeconomia (economie) en een opiniopagina ontbreken niet. De redactie is niet over een nacht ijs gegaan: verschillende gerenommeerde namen hebben hun medewerking aan deze krant besteed, waaronder oud-historicus Fik Meijer, archeoloog Arjen Bosman, egyptologe Sigrid van Roode en Romeins staatsman en encyclopedist Gaius Plinius Secundus Maior.

Hoofdredacteur Robertus Monsuini (Rob Wijnberg) motiveert in zijn columna next pensat zijn keuze voor deze themakrant met 'Journalistiek wordt wel vaker the first draft of history genoemd. Maar vandaag neemt nrc.next haar taak als geschiedschrijver voor één keer heel serieus: deze krant is namelijk van begin tot eind geschreven in het jaar nul' en sluit af met 'Een leerzame kerstkrant: het is weer eens wat anders dan die jaarlijkse bijlage met het zoveelste kalkoenrecept'.

Ik vind het prachtig, zo'n krant. De krant is informatief, en laat ook zien dat er genoeg overeenkomsten zijn tussen het nieuws van 2010 jaar geleden en de actualiteit van de dag. Een krant als deze, dat moet toch ook een keer kunnen? Maar daar is niet iedereen het met mij eens. Reacties op de website van nrc.next op de hierboven genoemde columna van de hoofdredacteur gaan twee kanten op, variërend van 'HULDE' tot 'Zucht – zonde van het papier' en 'Leuk schoolkrantje vandaag. Zo maakten wij ze vroeger ook'.

Wil je de krant nog kopen? Misschien nog via het krantenrek bij een tankstation, maar natuurlijk ook als digitale download in de app van nrc.next, die op zijn beurt weer is te downloaden via de App Store.

donderdag 23 december 2010

De Week van de Klassieken in beeld

De Week van de Klassieken (13- 24 april 2011: twaalf dagen lang extra aandacht voor de oudheid, en Tresoar doet mee) heeft dit jaar een eigen logo. En de Grote Ken-Je-Klassiekenquiz voor gymnasiumleerlingen uit de vierde en vijfde klas ook. Voor het eerst.

Zo ziet de Week van de Klassieken eruit:


En zo de Grote Ken-Je-Klassiekenquiz:


Ik hoop dat we beide beeldmerken nog veel gaan zien de komende periode.

* Update: 23 december, 16.15 u.: de logo's zijn ontworpen door Uitgeverij Athenaeum

Drie weken wachten op antwoord

Foto: Robbert van der Steeg
Bron: http://www.flickr.com/photos/robbie73/4244846566
Dat was in de oudheid heel gewoon. Langer ook trouwens. Toen Alexander de Grote in India een verslag van zijn voortgang naar het thuisfront in Macedonië stuurde, kun je je zelfs wel afvragen of die berichten ooit wel aankwamen. Van India naar Macedonië! Een koerier, per paard, lopend, met de boot. Ongelooflijk.

En hoe vonden legers in de oudheid elkaar op tijd met de primitieve communicatiemiddelen? Maar zij vonden elkaar wel. Germanicus trok in 15 n. Chr. op tegen de Germanen: hij stuurde vanuit Mainz zijn voetvolk naar het noorden, de ruiterij trok via een omweg door het gebied van de Friezen stroomopwaarts de Eems op en Germanicus zelf verplaatste zijn leger per vloot naar het noorden. En toch, tegelijkertijd kwamen zij bij hetzelfde punt (Eems) om de Germanen in de tang te knijpen. En dat zonder email. Of twitter. Of Instant Messaging.

Instant Messaging (chatten): het lijkt mij wel wat voor Tresoar. Eerder berichtte ik al om elkaar minder met email te belasten door te gaan chatten. Een vergadering afspreken per chat. Waarom niet? De accounts liggen klaar, nu we deze cursus volgen. Alleen, en ik probeer de chat intern, het valt mij op dat als ik niet direct maar na een poosje een antwoord krijg op een eerder verstuurd chatbericht, mij dat juist niet zo opvalt. Chatten werkt het best als je op dat moment met elkaar in gesprek bent.

De chat als onderdeel van de virtuele studiezaal lijkt mij prima. Zo kunnen wij onze bezoekers die veelal thuis in de avonduren onderzoek doen, direct verder helpen. Het rapport 'Instant Messaging in Al@din' van Rob Coers is zeker een goed startpunt als Tresoar dit gaat opzetten.

Drie weken wachten op een antwoord hoeft gelukkig niet meer.