 |
Foto: mrpbps
Bron: http://www.flickr.com/photos/mrpbps/5226283926 |
Het waait in Nederland. En niet zo'n beetje ook. In de klassieke oudheid wisten ze ook wat een storm was, als we de klassieke auteurs mogen geloven. Een stormscene werd een terugkerend thema in de klassieke literatuur. Muze op Mandag laat het stormen.
De oer-stormscene lezen we terug bij
Homerus in zijn werk de
Odyssee uit de achtste eeuw v. Chr
. Als de nimf Calypso Odysseus eindelijk na zeven jaar gevangenschap laat vertrekken op zijn zelfgebouwde vlot van haar eiland Ogygia, steekt er een storm op. God van de zeeën, Poseidon, heeft nog een appeltje met Odysseus te schillen en geeft Odysseus een windkracht tien om de oren.
De storm van Poseidon (en Homerus) is zo indrukwekkend dat hij vele navolgingen kent. Natuurlijk bij
Vergilius in de
Aeneïs. Vergilius wilde met zijn
Aeneïs een Romeinse variant voor de
Ilias en
Odyssee van Homerus creëren. En dat is hem meer dan gelukt. Maar ook de dichters na hem die we nu scharen onder de zilveren Latijnse poëzie, waren dol op stormen in hun epen. In de Griekse literatuur lezen we verschillende stormen en in verschillende literaire genres. Natuurlijk in het epos van
Apollonius Rhodius'
Argonautica uit de derde eeuw v. Chr. maar ook in de Griekse roman
Leucippe en Cleitophon van
Achilles Tatius uit de tweede eeuw n. Chr. komt een mooi exemplaar voor. De beschrijving van een storm wordt zowat een stijloefening.
Hoe zag de storm er van Homerus uit? Lees mee met enkele fragmenten:
[ ... ] hij (Neptunus - HL) dreef wolken samen, greep de drietand
in zijn hand en bracht de hele zee aan het kolken.
Uit alle windstreken joeg hij wilde rukwinden op, de
aarde en zee verborg hij in dichte nevels
en vanuit de hemel daalde een zwarte nacht neer.
Stormwinden stortten zich op elkaar uit oost en zuid en
west en noord, en er kwamen enorme golven aanrollen.
Hij voelde dat zijn knieën en moed hem begaven, Odysseus,
en wanhopig sprak hij zijn eigen trotse hart toe:
'Krijgen we dat weer! Zou het ergste me nu overkomen?'
[ ... ]
Plotseling tolde het vlot rond, het roer schoot uit zijn handen
en hij werd van het vlot af geslagen ver de zee in.
Door de wervelstorm van de botsende winden brak de
mast af en zeil en ra werden ver in de zee geslingerd.
Hij bleef lang onder water, hij kon zo gauw niet boven
komen door de golven en het gewicht van de kleren
die Kalypso hem gaf, de stralende van de Godinnen.
[ ... ]
Maar terwijl hij (Odysseus - HL) met hart en ziel bezig was iets te bedenken,
liet Poseidon, de aardschokker, plotseling een enorme
golf voor hem oprijzen, angstaanjagend, gevaarlijk krullend...
en die kantelde op hem. Zoals een harde windstoot
kaf laat dwarrelen - en het stuift naar alle kanten -
zo sloeg die golf het hele vlot uit elkaar. Maar Odysseus
klom op één van de balken, schrijlings alsof hij paardreed,
gooide uit wat Kalypso, de stralende van de Godinnen,
had gegeven aan kleding, bond de sluier (beschermsluier van de zeegodin Ino - HL) om zijn
middel, liet zich voorover vallen in zee met gestrekte
armen en zwom wat hij kon.
Poseidon ziet het aan en gaat vervolgens op weg naar zijn tempel. De godin Athena geeft de zwemmende Odysseus een rugwind mee totdat Odysseus ongedeerd aan komt bij het land van de Faiaken.
(Homerus,
Odyssee, 5, 291 - 375; vertaling:
Imme Dros)