maandag 13 februari 2012

Muze op Maandag: een liefdesschandaal op de Olympus

Ares en Afrodite afgebeeld op een fresco in Pompeii
Bron: Wikimedia Commons
Morgen is het Valentijnsdag. Een van de oudste liefdesverhalen uit de Griekse oudheid beschrijft een waar liefdesschandaal dat plaatsvond op de Olympus. Muze op Maandag laat je dit goddelijke verhaal met menselijke trekjes in fragmenten meelezen.

Het gaat over de verboden liefde van Ares, god van de oorlog, en de godin van de liefde, Afrodite. We lezen het terug in de Odyssee. De Odyssee wordt samen met de Ilias toegeschreven aan de Griekse eposdichter Homerus uit de achtste eeuw v. Chr. Zij worden wel beschouwd als het startpunt van de westerse literatuur. Maar verhalen in de Ilias en Odyssee zijn afkomstig uit een orale traditie die nog eeuwen verder teruggaat.

Nu die liefdesgeschiedenis. Afrodite is getrouwd met Hefaistos, de manke smid van de goden Hefaistos, maar zij neemt het niet zo nauw met haar huwelijk ...
Toen bracht de zanger bij de lier het liefdesverhaal van
Ares en de sierlijkgekroonde Afrodite,
hoe ze voor de eerste keer samen naar bed gingen in het
huis van Hefaistos. Hij overlaadde haar met geschenken,
maar hij schond het huwelijksbed van koning Hefaistos.
Helios kwam het hem haastig vertellen, hij had hen betrapt op
heterdaad. En zodra Hefaistos deze wrede
boodschap had gehoord, ging hij naar zijn smidse met een
hart vol wraak en venijn, hij zette een machtig aambeeld
op het blok en smeedde een vangnet, niet stuk of los te
krijgen, om de minnaars onwrikbaar vast te pinnen.
Hefaistos hangt zijn net boven het bed en doet alsof hij op reis gaat naar Lemnos. Hij is nog maar net vertrokken of het gaat al mis:
'Gauw, mijn lief! Naar bed! We kunnen het ervan nemen.
Want Hefaistos is niet in de buurt, hij is op reis naar
Lemnos en de Sintiërs met hun platte uitspraak.'
En zij wilde maar al te graag met Ares naar bed gaan,
dus ze zochten het bed op en toen ze goed en wel lagen,
viel het ingenieuze net van de slimme Hefaistos
over hen heen, ze konden meteen geen vin meer verroeren
en ze begrepen dat het onmogelijk was om te vluchten,
trouwens, de God met de twee rechterhanden kwam er al aan ook!
Hefaistos haalt meteen alle andere goden erbij om het bedrog te laten zien.
'Vader Zeus! En jullie ook, gelukzalige Goden,
die het eeuwige leven hebben! Kom naar beneden.
Kun je lachen! Kun je getuige zijn van een schandaaltje!'
[...]
En daar kwamen de Goden al naar het huis met de bronzen
drempel,
[...]
maar de Godinnen bleven thuis, omdat die zich geneerden.
En de weldoeners van de mensheid, de Goden, stonden
in het portaal en kwamen niet meer bij van het lachen,
onbedaarlijk lachten ze, die gelukzalige Goden,
toen ze het ingenieuze net van Hefaistos zagen.
En dat niet alleen, de goden maken grappen om de situatie. Alleen Poseidon ziet de humor er niet van in. Hij smeekt Hefaistos om het liefdeskoppel weer te bevrijden. Poseidon staat zelfs garant voor de boete die Ares moet inlossen.
'Goed dan weiger ik niet langer, dat zou ongepast zijn'.
Met deze woorden verbrak de sterke Hefaistos de boeien
en die twee stoven weg, verlost van hun knellende banden,
hij was meteeen vertrokken naar Thrakië en zij ging naar
Kypros, Afrodite die graag glimlacht, naar Pafos,
waar ze een tempel heeft en een altaar geurend van wierook.
[...]
Dit verhaal bezong de befaamde zanger.
(Homerus, Odyssee, boek 8, vers 266 - 366; vertaling: Imme Dros (1991))

0 reacties: