woensdag 23 februari 2011

Op een dag, 1982 jaar geleden ...

Schrijfplankje van Tolsum (collectie Fries Museum Leeuwarden)
Foto: Henri Vos
Het is 23 februari 29 n. Chr. Een groepje Romeinen staat gebogen boven een set houten schrijfplankjes. Caturix, slaaf van Julia Secunda, krast als laatste van de aanwezigen met een stilus zijn naam in de was en klapt het plankje dicht. De zaken zijn gedaan. Touw bindt de plankjes aan samen. En klaar.

Vandaag is het precies 1982 jaar geleden dat de schuldverklaring in het schrijfplankje van Tolsum (want daar heb ik het over) is opgesteld:
[ik verklaar te hebben ontvangen een geldbedrag afkomstig van?] Carus (?), slaaf van Iulia Secunda, dat ik aan haar (?) moet teruggeven op de dag waarop hij/zij (zelf) erom zal vragen of aan wie dit zal toekomen. Opgemaakt op 23 februari te [plaatsnaam], tijdens het consulaat van C. Fufius Geminus. Quadratus was tolk (of: handelde als tussenpersoon).
Aldus de tekst op de voorzijde van het plankje. Op de achterkant zijn de namen van de getuigen te lezen:
Titus Cassius, tribuun van het vijfde legioen. Miunnio, soldaat van de eenheid van de Bataven, van de centurie (of: decurie) van Bonumotus (?). Caturix, slaaf van de genoemde Secunda (?)
Het schrijfplankje is gevonden bij het afgraven van een terp in Tolsum in 1914. Het heeft deel uitgemaakt van een set van (waarschijnlijk) drie schrijfplankjes (triptychon). Waar het document is opgesteld, weten we niet. In een zompig terpweiland? In een Romeins militair steunpunt bij Winsum (Frl)? Of misschien wel in of rond Castellum Flevum (vermoedelijk bij Velsen)? De andere plankjes zijn nooit gevonden.

Volgens de eerste interpretatie uit 1917 van de Groningse hoogleraar prof. C.W. Vollgraff ging het om de koopcontract van een koe. Nu, bijna 100 jaar later, denken we dat het om een akte van geldlening gaat. Namens Tresoar ben ik nauw betrokken geweest bij dit nieuwe onderzoek naar de tekst van het plankje. Een fantastische belevenis.

Dat het schrijfplankje mij niet meer los laat, dat moge duidelijk zijn. Ik kan gerust uren kijken naar het plankje dat nog kleiner is dan een ansichtkaart. Naar de welving in het hout dat is ontstaan door het drogen. Naar de kras die schop heeft achtergelaten bij het afgraven van de terp. Naar inkepingen die letters voorstellen. En dan droom ik weg. Ik zie de stilus rouleren tussen de getuigen. 'Klap'. Het plankje wordt dichtgeklapt. Ik hoor de betrokken elkaar 'Vale' roepen en ieder gaat zijn eigen weg ...

Meer weten?
- Het geheim van Tolsum

0 reacties: